van Haperen
donderdag 13 mei
Ton van Haperen schreef het volgende in de NRC van 11 mei:

Scholieren lopen tegenwoordig een maatschappelijke stage. Dat betekent dat zij in de derde of vierde klas van het voortgezet onderwijs tot maximaal zeventig uur vrijwilligerswerk buiten de lessen om doen. De achterliggende gedachte: kinderen leren de samenleving beter kennen, ontwikkelen burgerschapsvaardigheden en ervaren dat werken zonder directe financiële beloning zinvol kan zijn. Vanaf het schooljaar 2011-’12 is de stage verplicht. Staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) zet zich gepassioneerd in voor dit project. Om draagvlak en betrokkenheid te creëren communiceert ze op een Hyvespagina met leerlingen. Zij heeft bovendien opdracht gegeven voor een onderzoek. Daaruit blijkt dat 71 procent van de deelnemers de stage zinvol vindt en dat 73 procent zegt er ook daadwerkelijk iets van te leren. Toch is de maatschappelijke stage een vergissing. Hoe ik dat weet? Uit de praktijk natuurlijk. Dit is namelijk de zoveelste politieke onderwijsvernieuwing, zwanger van hetzelfde falen als de grote broers basisvorming en studiehuis.
Kijk, dat leerlingen tevreden zijn over de stage zegt niet zoveel en doet er ook niet toe; scholieren gaan niet over hun eigen curriculum. En als er dan iets in dat programma verandert, gebeurt dat op basis van vragen als: is dit een goed idee, is het uitvoerbaar en hoe zit het eigenlijk met het leerrendement? En ja, het idee is prima, verbonden met het motto van het demissionaire kabinet-Balkenende IV ‘samen leven kun je leren’. Vrijwilligerswerk en daar verslag van doen kan ook daadwerkelijk helpen bij het aanleren van burgerschapsvaardigheden, wat weer past in de algemeen vormende opdracht van de school.
Maar in de uitvoering gaat het mis. Dezelfde staatssecretaris zet namelijk nog een verbeteringswens uit: de prestaties in schoolse kennis en vaardigheid moeten omhoog. Een zwaardere examennorm gaat leerlingen vanaf het volgend schooljaar prikkelen tot harder werken voor een diploma. De eis tot verbetering van de reken- en taalvaardigheid resulteert in een toets-tsunami, die momenteel door de gehele sector rolt.
Allemaal zinvol, maar allemaal tegelijk werkt niet. Een praktijkvoorbeeld. Een gemiddelde en brave havo-4-leerling doet haar zestig uur maatschappelijke stage zonder morren, mist daardoor lessen, maakt bij mij een proefwerk en scoort een diepe onvoldoende. Kan gebeuren, maar ze heeft in mijn vak aantoonbaar te weinig geleerd en ruimte voor herstel ontbreekt, want de ene week heeft ze stage, de andere reken- en taaltoetsen, daarna weer stage, gevolgd door een excursie. En nee, dit is geen incident of organisatiekwestie. De stage komt bovenop het bestaande programma en niet in plaats van een deel daarvan.
Sinds de basisvorming van begin jaren negentig, die een overload aan ambitie in veel te veel kleine vakken goot, weten we dat fragmentatie van onderwijsaanbod een belemmering vormt voor leren; vele splinters maken nog geen balk, laat staan een degelijk kennisfundament. Scholen doen aan zo’n maatschappelijke stage dan ook enkel mee omdat het moet. Voor de subsidie van ruim 100 euro per leerling willen ze best nog even enthousiasme veinzen, maar daarna is het business as usual en schuiven ze het bureaucratische deel zo snel mogelijk af op een stagecoördinator. Die organiseert zich drie slagen in de rondte en promoveert tot pispaal voor collega’s die hun verlies in vaklessen weigeren te nemen. Ondertussen schenken kinderen in verzorgingstehuizen de koffie in. De goede leerling zal zeggen: ‘zo’n stage is beter dan een les oefeningen maken.’ De slechte verliest het overzicht, valt uit en doet het jaar over. De kwestie is, beiden hadden in dezelfde tijd meer kunnen leren in schoolse kennis en vaardigheid. Een staatssecretaris die krabbelt op Hyves en een tevredenheidsonderzoek met halleluja-statistieken veranderen daar weinig aan.
De invoering van de maatschappelijke stage laat zien dat de politiek weinig heeft geleerd van de onderwijsvernieuwingen van de jaren negentig. Weer komt de verandering van bovenaf en leidt politieke ambitie tot fragmentatie van het onderwijsaanbod. Deze versnippering van aandacht belemmert het leren van kinderen in de schoolse kennis en vaardigheid. De verplichte maatschappelijke stage verdient dan ook een snel einde. Kinderen kunnen namelijk ook leren samenleven in de klas, terwijl ze werken aan een schoolvak. Daarbij rekenen ze wat, schrijven iets. En die maatschappij? Ach, dat gaat toch vanzelf!


Ik stuurde de volgende reactie naar de krant:
"Alle zes zijn wel opgevoed, gezond, vrolijk, bijdehand, gezellig en aardig. Toch is er iets mis met de genenoverdracht. Drie van de kleinkinderen zijn slecht in rekenen. Als je niet goed kunt rekenen, dan heb je tegenwoordig een handicap. Dan zijn er testen, gesprekken met leraren, remedial teaching en CITO getob. Welk gymnasium moet worden gekozen is geen probleem, wel hoe het verderfelijke vmbo te omzeilen.
Ton van Haperen legt in de krant van 11 mei precies de vinger op de zere plek. De opvattingen in het onderwijs ontwikkelen zich als in een tweestromenland. Er zijn de reken-en-taal fanaten, die alsmaar willen toetsen en selecteren, de leerling in de schoolbank en de leraar voor de klas. Die kinderen zo snel mogelijk wil verdelen over scholen voor dommen en slimmen. En er is de stroming van de maatschappelijke stage, het competentie gericht onderwijs, het bijbrengen van zelfstandigheid. Het gaat niet allebei betoogt van Haperen terecht.
Ten onrechte betoogt van Haperen dat verandering niet van bovenaf, van de overheid, moet komen. Het is voor de maatschappij wenselijk, zelfs noodzakelijk dat onderwijsprogramma's vergelijkbaar zijn. Daarom is de inrichting van onderwijsprogramma's gedelegeerd aan een stel mensen die we de overheid noemen. Natuurlijk moeten die mensen niet zo dom zijn een stageprogramma in te voeren zonder te kijken naar de rest van het programma.
In het tweestromenland kiest Van Haperen voor de reken-en-taal stroom. Mij lijkt belangrijker dat we de kinderen voorbereiden op volwassenheid. Dat doen we niet door het wandelende rekenmachientjes te maken en via rekenen keihard te selecteren. Daarmee wordt het onderwijs voor vele kinderen een zuur proces dat niets bijdraagt aan hun vorming. Ze hoeven niet gepamperd te worden. Ze moeten worden klaargemaakt voor een bijdrage aan de maatschappij, met op ieder mobieltje een rekenmachine."

Vermeisjesing
Zondag 5 april
In het tv-programma Buitenhof werd gediscussieerd over de betere resultaten in het onderwijs van meisjes vergeleken met jongens. Het werd geweten aan het grotere beroep dat tegenwoordig wordt gedaan op zelfstandigheid in het voortgezet onderwijs en het geringere beroep op zelfstandigheid op de universiteit. Behoorlijk tegenstrijdig.
Er is een andere verklaring mogelijk. De feminisering van het basisonderwijs heeft ertoe geleid dat het meeste onderwijs daar wordt gegeven door vrouwen. Identificatie met docent en dus het gewenste gedrag wordt in deze situatie voor meisjes veel makkelijker. Spiegelneuronen doen hier ook hun werk.

Spiegelneuronen 2
Dinsdag 9 maart
Zelfbesef blijkt uit de spiegeltest waarbij een merkteken op degeen die in de spiegel kijkt, herkend moet worden. Sommige diersoorten, primaten, dolfijnen, olifanten, en mensen kunnen dit. Mensenkinderen zijn succesvol bij deze spiegeltest vanaf de leeftijd van twee jaar. (zie The face in the mirror - p 118 van Iacobini) Het zelfbesef bij een aantal diersoorten en de mens is volgens Iacobini een vorm van convergente evolutie veroorzaakt door langdurige moeder-kindinteracties. Er is een kleine doch ontzagwekkend belangrijke gedachtenketen aan te koppelen: veel moeder-kindinteracties leiden tot veel spiegelneuronen, tot vroeg zelfbesef maar ook de mogelijkheid tot 'goed' imiteren dus tot makkelijk kunnnen leren, dus tot hoge intelligentie. Een zijtak op deze gedachtenketen. Als we als hypothese aannemen dat in Afrika moeder-kindinteracties minder intensief zijn, dan worden Afrikanen daardoor minder intelligent en draagt dat dus bij tot het achterblijven van dit continent.

Spiegelneuronen
Zaterdag 30 januari 2010
Ergens in onze hersenen "vuren", zoals het wordt genoemd steeds dezelfde neuronen als we iets van tafel pakken, als we een ander iets van tafel zien pakken en als we de hand van een ander richting tafel zien bewegen. De neuronen weerspiegelen de actie van anderen. Hier is driemaal heldere uitleg op internet: hier, een korte, prachtige TED presentatie door
             

Ramanachandran en een presentatie van bijna een uur door Marco Iacoboni die ook het boek Het spiegelende brein schreef.
De onderzoekers beargumenteren overtuigend dat de spiegelneuronen uiterst belangrijk zijn voor onze ontwikkeling. De spiegelneuronen maken het onder andere makkelijk te imiteren. Omdat imitatie tot leren leidt, helpen de spiegelneuronen ons te leren. Dit leidt tot een ietwat verbijsterende conclusie: de werking van spiegelneuronen levert een sterk argument voor ..... frontaal lesgeven!!! Nee, frontale les mag mijns inziens de enige lesvorm zijn. Te vaak zullen leerlingen bij teveel frontales les in staat zijn hun spiegelneuronen uit te schakelen. Er zijn verder andere vormen van leren. Bij groepsleren zullen de spiegelneuronen ook actief zijn. Maar een deel van de lestijd in de vorm van de ouderwetse klas is waarschijnlijk aan te bevelen.
Indertijd argumenteerde hersenonderzoeker Jolles dat de ouderwetse les te prefereren was omdat jonge mensen niet in staat waren tot zelfstandigheid. De redenering was slecht beargumenteerd. O ironie: Jolles had het spiegelneuronen-argument niet in de gaten.

Blinde vlek
15 november
Pensioenen en AOW worden onbetaalbaar omdat de verhouding werkenden en niet-werkenden kleiner wordt. De verhouding wijzigt omdat 65-jarigen nu ouder worden dan de 65-jarigen vroeger. Daarom gaat de AOW-leeftijd van 65 naar 67. Het is een keurige redenering maar de redenering is kreupel. Het werkzame leven van een mens wordt gevolgd door een niet-werkzame periode, het pensioen, maar wordt ook voorafgegaan door een niet-werkzame periode: de jeugd. Beide niet-werkzame periodes zijn langer geworden. De levensverwachting van 65-jarigen is nu circa 4 jaar meer dan dan 50 jaar geleden. De niet-werkzame jaren vóór het werken zijn ook toegenomen: in 50 jaar met 5 jaar of meer. Dat komt door de alsmaar uitdijende schooltijd. De schoolverlater nu is gemiddeld circa 21 jaar oud, dat was een halve eeuw geleden 16 jaar. Simpel is nu uit te rekenen wat de invloed op de arbeidsparticipatie is van beide ontwikkelingen, langer leven en langer op school. Het is een grove benadering, ik neem aan dat iedereen tussen schooltijd en pensioen werkt. Voor een periode een halve eeuw geldt dat door de langere levensduur de arbeidsparticipatie met circa 3 % is afgenomen, de verlengde schooltijd veroorzaakt een afname van de arbeidsparticipatie van circa 6%. Dat kinderen langer naar school heeft een tweemaal zo grote invloed op de arbeidsparticipatie als de grotere levensduur. Men zou kunnen redeneren dat de langere schooltijd noodzakelijk is. De moderne maatschappij zou vergen dat jonge mensen langer naar school moeten. Dat argument is echter wrak. Er zijn twee oorzaken voor die verlenging van de schooljaren. De belangrijkste is de concurrentiestrijd. Voor een zo hoog mogelijke maatschappelijke positie is een zo hoog mogelijke opleiding wenselijk. Iedere ouder wil een zo hoog mogelijk diploma voor zijn kind. Een tweede oorzaak is de verlenging van de leerplicht. De laatste keer gebeurde dit in 2007. Niemand sprak bij invoering van die maatregel toen over de invloed op de arbeidsparticipatie. Helaas betekent het langere verblijf op school niet dat er zoveel meer en zoveel noodzakelijks wordt geleerd. De schooltijd is voor velen een tijd van het grote wachten, wachten op de bel, het volgende lesuur, het volgende leerjaar, wachten op volwassenheid. Voor veel jongeren is de schooltijd leren tegen heug en meug. Dat geldt vooral voor die leerlingen van wie de schooltijd het meest is toegenomen, de minst leergierigen, de vmbo leerlingen. Vele, vele jaren worden besteed aan algemene vorming van twijfelachtig nut. Stel je voor dat de gemiddelde schooltijd, het aantal jaren dat het gemiddelde kind op school zit, teruggebracht zou worden met twee jaar, tot het niveau van rond 1990. Stel je voor dat de onderwijsbegroting niet zou worden verlaagd. Dan is er per leerling meer geld. Dan zou er eindelijk genoeg geld zijn voor goed onderwijs in goed ge-equipeerde scholen door hoog opgeleide en goed betaalde docenten. Dan zou de arbeidsparticipatie zoveel stijgen dat iedereen op zijn 65-ste met pensioen zou kunnen gaan. Zonder dat het iemand iets kost!

Dinsdag 8 september                        Onderwijsproblemen

Met in mijn achterhoofd het onderwijsdebat waaraan ik zal deelnemen in het Barlaeus Gymnasium (14/9 - 20.00 uur), vraag ik me af of er iets zinnigs te zeggen valt over de slechte staat van het onderwijs. Het is een zo vreselijk verziekt onderwerp, met zo een opeenstapeling van onkennis, onbegrip en onwil, dat er geen beginnen aan is. In vergelijking met het buitenland is het Nederlandse onderwijs uitstekend, zie onder andere Robbert Sikkes in Het Onderwijsblad. In vergelijking met wat het zou kunnen zijn, is het onderwijs bar slecht.
En dan kunnen er nog een heleboel opmerkingen gemaakt worden, zoals:
  • Om vast te kunnen stellen of het onderwijs goed of slecht is, moet je weten wat de doelstellingen zijn.
  • Dat kinderen niet kunnen rekenen is van alle tijden.
  • Het onderwijs is de maatschappelijke activiteit die meer dan enige andere belast is met de problemen van de immigranten en hun nakomelingen uit sterk afwijkende culturen.
  • De CITO toets als ultieme zeef, als de scherprechter die iemands toekomst bepaalt, is een instrument dat alle onderwijs verziekt.
  • Het opleidingsniveau van docenten is schandalig laag.

  • En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Dat is echter weinig zinvol.

    Maandag 7 september                        ADHD

    Er zijn meer kinderen met een probleem, een probleem voor henzelf en voor de omgeving, dan vroeger. Er zijn vier redenen voor aan te voeren:
  • Betere diagnostiek. Het lijkt niet zo waarschijnlijk dat er nu een groter percentage kinderen met dyslexie is, dan vroeger. Nu is de afwijking bekend en wordt deze sneller onderkend. Het betekent dat bij een aantal kinderen die vroeger dom heetten te zijn, nu wordt vastgesteld dat één of andere afwijking de problemen veroorzaakt.
  • Verlengde schoolduur. Het kind dat vroeger na verlengde lagere school of mulo ging werken, blijft nu tot zijn 20ste op vmbo en mbo. Er is meer kans dat dyslexie wordt vastgesteld omdat hij langer op school zit.
  • Minder acceptatie. De grote selectiedruk maakt dat afwijkend gedrag of afwijkende schoolresultaten niet meer worden geaccepteerd maar juist worden geproblematiseerd (problematiseren = ergens een probleem van maken).
  • Veranderende maatschappij. Andere opvoedingsnormen, overleg in plaats van autoriteit plus enorm veel prikkels uit de creche, deelname aan sport en andere hobby's, het gebruik van televisie, internet, mobieltjes, enzovoorts zouden wel eens kunnen leiden tot meer kinderen met ADHD dan vroeger.

  • Ik startte met "er zijn meer kinderen met een probleem". Verhaeghe, een Belgisch psychiater en hoogleraar in het tv-programma Boeken was er duidelijk over. ADHD is geen psychische afwijking maar een sociale stoornis. Het kind heeft geen afwijking maar vertoont ongewenst gedrag ten gevolge van de omgeving.

    Zaterdag 8 augustus                       Ken Robinson

    Twee citaten van Ken Robinson, zie de onderwijsblog van John van Dongen en wel de bijdrage van 4 augustus:
    "Most adults have no idea of their true talents."
    "Education is partially responsible for diverting people from their talents."

    Zondag 7 juni                       Ontplooiïng

    Kort geleden beschreef Plasterk op de opiniepagina's van NRC/Handelblad zijn beleid. Mijn reactie, zie hieronder, werd na enige eindredactie zaterdag geplaatst:

    "In de beschrijving van zijn beleid schrijft Plasterk: 'Je kunt alle onderwijs plaatsen op een as tussen twee uitersten: het ontplooiïngsmodel en het instructiemodel'. Het is een slechte zin. Hier zijn vier redenen.
    (1) Ontplooiïng gaat over pedagogiek, instructie over didactiek, onvergelijkbare grootheden.
    (2) Ontplooiïng hoort de belangrijkste doelstelling van het onderwijs te zijn. Dat moet iemand die zich meer dan anderen heeft kunnen ontplooien als eerste beseffen. Als er één factor is die heeft bijgedragen aan de ellende van en met de jongeren van buitenlandse afkomst, dan is het gebrek aan ontplooiïng. Veel te weinig is geprobeerd die jongeren te laten ontdekken wat hun mogelijkheden, hun talenten zijn. Nu werden en worden zij omdat hun beheersing van het Nederlands achterblijft bij dat van Nederlandse leerlingen weggediscrimineerd middels de CITO-toets. En dus krijgen zij niet de kans hun talenten te ontplooien. Geen wonder dat het rotjochies worden.
    (3) Ontplooiïng kan uitstekend samengaan met instructie onderwijs, als dat niet als enige didactische vorm wordt gehanteerd.
    (4) Na Dijsselbloem zou de overheid zich slechts met onderwijsinhouden bezighouden, de rest was voor het onderwijsveld. Waar bemoeit Plasterk zich mee?"

    Woensdag 29 april                       Evidence based

    Hoewel ik de kreet "evidence based" in verband met onderwijsvernieuwing misschien al wel twee weken niet ben tegengekomen, is het toch nuttig om de kretologie achter deze kreet aan de kaak te stellen. De kreet "evidence based" onderwijs is ontstaan in navolging van "evidence based medicine". Dat laatste is geneeskunde gebaseerd op bewezen werking, nee, gebaseerd op wetenschappelijk bewezen werking. "Evidence based" onderwijs zou dus moeten zijn onderwijs gebaseerd op wetenschappelijk bewezen werking. Hier zijn een aantal redenen om de woorden evidence based onderwijs en gebruikers van deze kreet te mijden.
  • De term lijkt vooral gebruikt te worden door mensen die willen tegengaan dat onderwijsvernieuwingen, liever gezegd onderwijskundige veranderingen, worden ingevoerd. Er worden dus teksten geschreven zoals: "Het competentiegericht onderwijs is niet evidence based en moet daarom niet worden ingevoerd." Vooral de afschuwelijke BON-ners hebben een handje van dit soort teksten.
  • Het is zeer de vraag of de gebruikers enige notie van wetenschappelijk onderzoek hebben. Medisch onderzoek lijkt sterk aan te schurken tegen ß-wetenschappelijk onderzoek. ß-wetenschappelijk onderzoek wijkt sterk af van wetenschappelijk onderzoek in andere disciplines. Weinigen hebben het ooit zelf bedreven. Een methode van onderzoek die in medisch onderzoek wordt toegepast, is het vergelijken van een groep zonder en een groep met de nieuwe medicijnen. Men schijnt dit vooral als een goede methode voor onderwijskundig onderzoek te beschouwen. Het is echter in het onderwijs niet bruikbaar omdat nooit van zijn levensdagen zo'n experiment kan worden uitgevoerd met de zekerheid dat andere invloeden - zoals bijvoorbeeld kwaliteit van de docent - voor beide groepen gelijk zijn, tenzij men enorme grote onderzoeksgroepen weet te vinden. Dan nog zal nooit aan goede onderzoeksomstandigheden kunnen worden voldaan, denk aan het Hawthorne effect. Reproduceerbaarheid, een eerste vereiste bij goed wetenschappelijk onderzoek, is een voor onderwijskundig onderzoek te hoge, niet te realiseren eis.
  • De middelen voor onderwijskundig onderzoek bedragen kleine fracties van middelen beschikbaar voor medisch onderzoek. Men kan "evidence based" eisen maar er is simpelweg geen geld voor.
  • Het bestaande onderwijs is niet "evidence based" maar heeft zijn vorm gekregen door denkwerk en noeste arbeid van velen die het onderwijs een goed hart toedragen. Moet het bestaande onderwijs worden afgeschaft, omdat het niet evidence-based is. Waar is het bewijs, de evidence, dat het beter werkt dan ander niet-evidence based onderwijs?
  • Weinigen werkzaam in het onderwijs hebben de doelstellingen van hun onderwijs geformuleerd. Het gevolg is dat mensen die schijnbaar hetzelfde onderwijs verzorgen verschillende doelen nastreven. Denk aan de denkbeeldige leraar Nederlands aan een protestantse havo-vwo in Heerenveen en de denkbeeldige leraar Nederlands aan een brede openbare scholengemeenschap in Rotterdam. Misschien wijst de man of vrouw in Heerenveen een prachtig digitaal spellingsprogramma af omdat hij zo'n computerles ongezellig vindt. En is het doel "gezelligheid" wel een valide onderwijsdoel. In dit verband is de hetze die gevoerd wordt tegen Vrije Scholen, zo kwalijk. Vrije Scholen willen iets anders bereiken (en doen dat ook) als een 'normale' school en mogen dus nooit zomaar vergeleken worden met 'normale' scholen.
  • Dit alles betekent niet dat onderwijskundige veranderingen zonder nadenken moeten worden ingevoerd. Experimenten zijn noodzakelijk. Nadenken, goed opletten, peer review en veel overleg en zo nog wat tijdens de experimenten ook. De experimenten van de 8 PLEION scholen zijn daarom uiterst interessant. Pleion staat voor platform eigentijds onderwijs. Deze experimentele scholen zouden meer in de publiciteit moeten komen. Helaas is er op internet en in de krant weinig over te vinden. Hawthorne-effect.

    Zaterdag 4 april                       column Normen en Waarden

    Sommige herinneringen zijn zo vreemd dat een mens zich kan afvragen of hij de herinnering niet zelf heeft geconstrueerd. In het begin van 1965 op een druilerige zondagochtend werd bij ons, we woonden sinds kort in Uganda, op de voordeur geklopt. Een onbekende, zwarte man in lange pij stond aan de voordeur. "Heeft u een radio?" vroeg hij. "Ja" antwoordde ik. "Mag ik die hebben?" vervolgde hij. Dat is het moment dat ik leerde dat normen en waarden niet overal hetzelfde zijn. Ik heb de radio niet gegeven.

    De temperatuur binnenskamers is meestal rond de 20 graden. Temperatuur is een grootheid, de graden zijn de eenheid. "20 graden" vertelt iets over de hoogte, over de kwaliteit van de temperatuur, zo legt de natuurkundeleraar uit.

    Het woord "waarde" in de uitdrukking "normen en waarden" is op te vatten als de grootheid. De norm is de gewenste hoogte van de waarde, te vergelijken met de "20 graden". Hier zijn twee voorbeelden.
    Eerste voorbeeld. De waarde: gewelddadigheid in de sport. De norm: bij boksen is het volstrekt acceptabel de tegenstander bewusteloos te slaan, bij voetbal vindt men dit niet acceptabel. De norm is bij boksen lager dan bij voetbal.
    Tweede voorbeeld. De waarde: zorg voor de medemens. De norm: men kan van leraren verlangen dat zij de persoonlijke problemen van leerlingen, reikend van het overlijden van opa tot zelfmutilatie, trachten te kennen en te helpen bij het zoeken van oplossingen.

    Terug naar de sport. Tijdens het voetballen bevinden zich meestal 22 spelers op het veld. Volgens de normen van de gemiddelde voetballer is het niet heel erg om 11 van de 21 spelers waarmee hij op het veld staat, lichte lichamelijke schade toe te brengen. Hij zal vermijden dit bij de andere 10, zijn teamgenoten, te doen. Hier is iets belangrijks aan de hand: de norm die iemand hanteert is afhankelijk van de persoon tegenover wie hij de norm hanteert. De norm hangt dus niet alleen af van de gebruiker, maar ook op wie deze wordt toegepast.

    Als u op skivakantie een Glühwein onder aan de piste zit te drinken, zult u automatisch een consumptie voor uw gezinsleden bestellen en betalen. Misschien dat u iemand uit uw skiklas ook een consumptie aanbiedt. Maar dat doet u niet alle dagen, als u niet af en toe een consumptie terugkrijgt. U zult waarschijnlijk nooit alle gasten van de Stube iets aanbieden. De normen van uw gulheid zijn afhankelijk van de relatie met de anderen.

    We weten sinds nog niet zo lang, dat mensen tegenover leden van de eigen groep hoge normen aanleggen en dat ze dat van nature doen, dat die hoge normen aangeboren zijn. We blijken dit gedrag gemeen te hebben met onder andere mensapen. De eigen groep die het meest eigen is, zijn de gezinsleden: vrouw of man en kinderen. Wij hebben hoge normen voor een kleine groep. Tussen haakjes: Voor een Afrikaan is deze meest eigen groep groter. Een Afrikaan vindt daarom de manier waarop wij met onze bejaarde ouders omgaan stuitend.

    Wij bevinden ons allen in meerdere groepen: ons gezin, onze familie (broers, zussen, ooms, tantes), ons voetbalelftal, onze leerlingen, onze kollega's, de mensen in ons eigen bedrijf. De normen die wij aanleggen voor al deze groepsleden bepaalt ieder van ons heel, heel subtiel. Bijvoorbeeld: het aantal euros te besteden aan een cadeau voor een jarige vriend.

    Het is nog meer sinds heel kort, minder dan een eeuw, dat sommigen vinden dat we tegenover alle mensen op aarde ons fatsoenlijk moeten gedragen. Dat bijvoorbeeld armen in Bangla Desh ook recht hebben op onze zorg. Dit idee is echt nieuw, is ons niet aangeboren, is niet natuurlijk. Het idee van fatsoensnormen tegeover onbekenden moet dus aangeleerd worden.

    Deze en andere normen zijn onderdeel van onze cultuur. Dergelijke normen in het onderwijs aanleren is veel belangrijker dan het aanleren van rekenen en taal.

    Hierbij hebben leraren een handicap. Leraren zijn bijna de verpersoonlijking van normdragers, normkenners: zij weten van beleefd zijn, netjes werken, op tijd komen. Normen van leraren hebben betrekking op een klein aantal waarden. Laat ik enkele waarden noemen die niet of nauwelijks in onderwijs aan bod komen: moed, trouw, assertiviteit, empathie, besluitvaardigheid, frustratietolerantie, compromisbereidheid, nieuwsgierigheid, behulpzaamheid. Eén van de redenen dat deze waarden niet aan de orde komen is de volgende. In een gemiddeld leraarsleven worden deze waarden niet voldoende aangesproken. Een leraar ervaart te weinig omstandigheden in zijn leven waar deze waarden worden getoetst. Veel leraren komen nooit aan een leven in de wereld van volwassenen toe.

    Zondag 29 maart                       Piter Jelles !mpulse

    Het is al weer weken geleden dat ik op een koude, zure dag 6 uur in de trein zat, een uur door Leeuwarden liep en zo'n twee uur de experimentele school !mpulse bezocht. Ik deed te weinig inderukken op om te begrijpen hoe de school werkt en teveel om een verstandige plaats in m'n hoofd te kunnen geven. Laat ik vooral twee belangrijke plaatjes tonen.

    090303 !mpulse.JPG
    Mijn rondleiders Constance en Laura


    090303 !mpulse (9).JPG
    De mediatheek



    Zondag 8 maart                       Feyenoord - Vitesse

    Hier zitten we dus: kleinzoon Thijs en ik in vak F, het familievak, van de Kuip.

    090301 Feyenoord-Vitesse (4).JPG

    Jazeker, het was best leuk. Het werd 2 - 2. De Feyenoordspelers leken meer getalenteerd - zo live zie je beter de controle van die mensen over hun werk - maar het waren tegelijk een stelletje ongeïnspireerde types.

    Er was nog wat......... We bleken beide aan het zelfde euvel te lijden: gebrek aan concentratie. Af en toe dacht ik: "Wat heb ik de afgelopen 5 minuten nu eigenlijk gezien?" En Thijs zat aan de stoelleuning voor hem te friemelen of gekke bekken te trekken.

    Thijs is prima, maar er zijn af en toe geluiden van de basisschool, een uitermate conventionele zo niet conservatieve basisschool, dat Thijs..... Rekenen en zo.... Concentratie.

    Met Thijs komt het best goed. Misschien niet zoals die meneer die ik kort geleden zag die met advies voor de LOM-school nu een software bedrijf met 250 man runt en bezit. Inmiddels roept Thijs en het geneuzel van zijn basisschool een interessante gedachte op, een gedachte zó interessant, dat een afwijkende kleur gerechtvaardigd is.

    Er lijkt een sterke stijging te zijn van leerlingen met afwijkend en dus meestal ongewenst gedrag: ADHD, dyslexie, dyscalculie en nog veel meer. Ik meende lang dat deze toename verklaard kan worden uit toenemende kennis van de menselijke psyche en betere diagnostiek. Maar het zou anders kunnen zijn. De intensiteit van prikkels die jongens als Thijs in de Westerse wereld bestormen is enorm veel groter dan vroeger, en nog veel groter dan die van kinderen in ontwikkelingslanden.

    Jonge talentvolle tennissers worden dagelijks getraind, niet alleen om ze beter te leren tennissen maar ook om de ontwikkeling van het lijf te beïnvloeden. Zeker wordt de ontwikkeling van de geest beïinvloed door de vele prikkels. Het zou bijvoorbeeld de merkwaardige en weinig gerapporteerde toename van de intelligentie de laatste decennia in de Westerse wereld kunnen verklaren. Het intensieve bombardement aan prikkels in vooral de vroege jeugd: speelgoed, tv, muziek, creche, extreem grote zorg en aandacht van ouders, goede voeding, zou tot sterkere maar ook meer gevarieerde ontwikkeling van de menselijke geest kunnen leiden: meer en sterker afwijkingen van het standaard model mens. Meestal worden die afwijkingen overigens als negatief geïinterpreteerd. Een zeker soort genialiteit zou dus steeds meer kunnen gaan voorkomen.

    Extrapolatie naar de toekomst levert interessante gedachten. Over honderd jaar is er meer genialiteit, zijn er veel meer mensen met positieve en negatieve afwijkingen, steeds meer mensen die absoluut geen boodschap hebben aan (take your pick) een jager/verzamelaars bestaan, werk aan de lopende band, een 8 tot 5 kantoorbaan, verjaardagen met een borrel na een kopje kofiie met gebak. Veel vreemde types dus. Kan nog spannend worden.


    Donderdag 5 maart                       brief naar NRC/H over evidence based onderwijs

    In de wetenschapsbijlage van 1 maart staat een pleidooi voor evidence based onderwijs waarvan hersenonderzoeker Jolles de belangrijkste propagandist is. Het klinkt als het ei van Columbus: evidence based onderwijs, maar het gevaar dreigt dat Jolles net zo een onderwijsgoeroe, om Japke Bouma te citeren, wordt als alle eerdere onderwijsvernieuwers. Jolles heeft tot dusverre een aantal goede ideeën aangedragen maar ook slecht onderbouwde verspreid. Niet alle pubers zijn geschikt om zelfstandig te leren, zegt hij. Moet de leraar dus de hele 50 minuten volpraten en kan hij zijn leerlingen de laatste 20 minuten niet zelfstandig laten werken? Koot en Bie, zowat een generatie ouder dan Jolles, hebben vele, vele "daltonuren" op hun daltonschool zelfstandig geleerd. Meer dan 50 jaar later werkt dat systeem nog steeds. Iedere goede "nieuw leren" docent begeleidt zijn leerlingen intensief. Zolang Jolles niet nader specificeert hoe zelfstandig TE zelfstandig is, is zijn opmerking zinledig.

    Het goede idee van evidence based onderwijs wordt bedreigd door drie valkuilen. De eerste valkuil is die van de mankerende doelstelling. Jolles vergelijkt de mogelijkheden van evidence based onderwijs met de successen van evidence based medicine. Bij de geneeskunst is de doelstelling duidelijk: de patient moet beter worden. Maar wat is goed onderwijs? De ene ouder wil dat zijn kind zo snel mogelijk een hoogwaardig diploma haalt, de ander hoopt dat de talenten van zijn kind worden ontdekt en ontwikkeld. Het leidt tot verschillende soorten onderwijs. Zolang Jolles niet specificeert wat voor hem goed onderwijs is, moeten zijn bijdragen argwanend worden bekeken.

    De tweede valkuil voor evidence based onderwijs is zelfoverschatting. Evidence based, dat is wetenschappelijk en wetenschap heeft altijd gelijk, denken sommige mensen. Wetenschappelijk onderbouwd onderwijs wordt in het artikel gesteld tegenover "vernieuwingen gebaseerd op ideologie". Gelukkig wordt binnen zeer gerespecteerde disciplines als vak- en algemene didactiek al heel veel jaren productief nagedacht over en onderzoek gedaan aan onderwijs. Daardoor groeit ons gemeenschappelijk inzicht over dat moeilijke proces: kinderen iets leren. Deze kennis afserveren als bedenksels van goeroes is een gotspe.

    De derde valkuil: het is niet zo moeilijk goed onderwijs te bedenken, het is veel moeilijker het (op grote schaal) in te voeren. Er is al heel vaak door verstandige mensen goed onderwijs bedacht, maar de invoering mislukt dikwijls, zie het studiehuis. Jolles draagt wetenschappelijk onderbouwd het verstandige idee aan dat pubers meer moeten slapen. Om een paar honderdduizend pubers vervolgens tot langer slapen te brengen is lastiger.

    Vrijdag 27 februari                      Feesten

    Dat was de belangrijkste vraag van de derde klassers die ik vroeg naar wat er op hun school moest veranderen: meer feesten.
    "Ach ja, dat weten we nu wel," dacht ik. "Natuurlijk: die kinderen willen alleen meer feesten, daarvoor zijn het kinderen, ze weten niet beter."
    Wat later realiseerde ik me mijn stommiteit. De vraag naar feesten is heel fundamenteel, heel serieus, heel terecht, heel verstandig, want gebaseerd op de biologie van deze kinderen. Zij zijn in een fase van hun leven waarin het oefenen van sociale interacties waaronder die met de andere sexe van eminent belang is.
    Moet de schooltijd dus gevuld worden met feesten? Tja, dat gaat wat ver. De vraag had ook andere gronden. Het feest is de toestand met het grootste geluk. En volstrekt rechtlijnig en ongenuanceerd vraagt de puber naar een staat van voortdurend geluk, zonder verantwoordelijkheden, zonder verplichtingen. De puber bedenkt zich niet dat er andere gesteldheden zijn die een mens heel prettig kan vinden. Dat volwassenheid een toestand blijkt te zijn met andere configuraties van het gemoed, daar komt hij later wel achter.
    Maar hoeveel feesten per jaar moet een school in Edutopia organiseren? Wat is in andere woorden de ideale feestdichtheid? Geen idee.

    Vrijdag 20 februari                       Socialisering

    Nee, om nou te zeggen dat de teksten lekker lezen ... Maar toch staan er in de samenvatting van de stand van educatief Nederland 2009 enkele belangrijke en verbazingwekkende zinsneden. Ik verzoek de lezer zich even door de volgende zinnen te worstelen.

    In reactie op de prestaties van Nederlandse leerlingen in internationale peilingen is er meer nadruk gekomen op het belang van taal en rekenen als onderdeel van de kwalificerende functie van het onderwijs. Daarnaast is aandacht voor de socialiserende functie van het onderwijs van belang. Er zijn diverse ontwikkelingen die deze functie van het onderwijs versterken. Desondanks is systematische aandacht voor burgerschap nog onderontwikkeld in het onderwijs. Over de effecten van (verschillende vormen van) burgerschapsvorming is nog altijd weinig bekend. De tijd is rijp voor een systematisch meerjarenontwikkelingsplan gericht op een kleine voor iedereen gelijke kern van burgerschap met daaromheen een ruim aanbod waaruit scholen vrij kunnen kiezen. De raad zou dan ook graag de nadruk leggen op die punten waar socialisatie en kwalificatie elkaar kunnen versterken.

    Burgerschap, socialiserende functie - is het niet bijzonder dat de Onderwijsraad aan deze onderwerpen aandacht besteedt?
    Dat de Onderwijsraad meer aandacht voor deze zaken wenst?
    In de tekst hierboven staat één uiterst belangrijke zin:
    De socialiserende en de kwalificerende taak van het onderwijs staan soms op gespannen voet met elkaar.
    Dat betekent: als de school vooral bezig is met de selectie, zoals gedurende de laatste jaren van de basisvorming, dan komt er niets terecht van het opvoeden van kinderen, van het kinderen voorbereiden op een leven in volwassenheid. Het is heel belangrijk dat de Onderwijsraad dit nu ook in de gaten krijgt.
    Voor de goede orde, voor die mensen die schrikken van het woord opvoeden: ik vind het opvoeden de allerbelangrijkste taak van de school. Het woord opvoeden moet hierbij in de meest brede zin worden opgevat.
    OK, de onderwijsraad ziet in dat opvoeden en selectie niet goed samengaan. Nu dienen we te hopen op het moment dat de selectie op een meer kindvriendelijke wijze gaat plaatsvinden. Laten we beginnen de CITO-toets af te schaffen.

    Dinsdag 3 februari                       CITO

    De Cito-toets discussie is een walgelijk voorbeeld van de huidige opvattingen over onderwijs. Mag de Cito-toets naar het eind van groep 8 geschoven of juist niet? Voordeel: ze leren langer. Nadeel: het voortgezet onderwijs heeft geen goede informatie voor de schoolkeuze.

    Traditioneel is na de Cito-toets de voorbereiding van de musical een belangrijke schoolactiviteit. Het is een van de belangrijkste leerervaringen voor een kind, zoals iedereen die ooit met kinderen aan toneelactiviteiten heeft gewerkt, kan beamen. Prick schrijft in NRC/H: "In de daaropvolgende maanden komt er van het onderwijs nog maar weinig terecht. Alle energie gaat naar de afsluitende musical of toneelstuk." Tenenkrommend. De uitspraak impliceert ook dat scholen zonder Cito-toets scholen hun onderwijstaak verwaarlozen. Tienduizenden docenten van groepen 1 en 2 zorgen toegewijd voor uiterst belangrijk onderwijs zonder CITO-toetsdreiging.

    Dronkers schrijft in dezelfde krant: "De Cito-toets fungeert als een 'verborgen' centraal eindexamen ......... Internationaal onderzoek heeft uitgewezen dat het bestaan van centrale examens tot hogere academische prestaties leidt." Ook dit is tenenkrommend. Academische prestaties, is dat wat we willen?

    Het argument 'zonder Cito-uitslag heeft het voortgezet onderwijs geen goede informatie', getuigt misschien nog meer van een afschuwelijke minachting voor goed onderwijs. De Cito-toets is zo belangrijk omdat daarmee geselecteerd kan worden. "If you are not prepared to be wrong, you'll never come up with anything original," zegt de creativiteit guru Ken Robinson. De Cito-toets timmert het vermogen tot originaliteit uit kinderen. Maar dat wordt niet erg gevonden of het ontbreekt aan inzicht in dit schadelijke effect.

    Uit de Cito-toets discussie blijkt weer dat de selectiefunctie alle andere functies van het onderwijs overschaduwt, helaas. We kunnen idealen hebben over werkelijk betekenisvol onderwijs maar als we ons niets gelegen laten liggen aan de maatschappelijke vraag naar selectie, wordt het nooit wat. Het is heel hard nodig nodig dat meer wordt nagedacht over dat probleem: hoe maken we goed onderwijs zonder de selectie eisen overboord te gooien.

    Woensdag 17 december                       Politiek

    Plasterk liet een vliegertje op over uitstel van keuze. De reactie van de Tweede Kamer over bijna de volle breedte was stuitend. Merkwaardig toch dat je altijd maar weer denkt dat daar redelijk verstandige mensen zitten die trachten tot een afgewogen oordeel te komen op basis van duidelijke informatie.

    Ja, Dijsselbloem veroorzaakte een Catch 22 situatie voor het Nederlands onderwijs. De stelselwijzigingen waren slecht en leidden dus tot een slecht onderwijsstelsel. Maar omdat stelselwijzigingen slecht uit kunnen pakken, moeten we geen stelselwijzigingen plegen. En daar zit het stelsel : als een konijn gevangen in het licht - geen kant meer uit. Gelukkig is het stelsel zo groot, zo wijd vertakt en divers met millioenen deelnemers en honderdduizenden werkenden in duizenden organisaties dat de politiek slechts marginaal invloed uit kan oefenen.

    Desalniettemin: wat een nitwits, die Tweede Kamer leden. Ik zou ze het opiniestuk van Rinnooy Kan moeten toesturen, het opiniestuk van oktober 2007 in NRC/H waarin hij uitlegt hoe door de vroege keuze en de scheiding van twee onderwijswerelden vmbo enerzijds en havo/vwo anderzijds (1) de tweedeling in de maatschappij wordt bevorderd en (2) veel talent veloren gaat. Maar ja, paarlen voor de zwijnen, nee: konijnen. Ene meneer Crul presenteerde in Buitenhof de correlatie tussen moment van keuze en deelname van allochtoonse kinderen aan hoger onderwijs in een aantal Europese landen: een klinkklare bevestiging van Rinnooy Kan's opinie.

    Goed, Plasterk probeert met zachte hand de politiek uit de Catch 22 gevangenis te leiden. Laat ik een paar suggesties doen. Het zou aardig zijn als toegepast zou worden: samen leren is niet hetzelfde als hetzelfde leren. Dit credo kan op diverse niveaux toegepast worden:
  • op schoolniveau: geen scholen zonder zowel een vmbo als een havo/vwo afdeling
  • op schoolniveau: toepassing van dakpannen
  • op klasseniveau: differentiatie binnen de klas
  • Vooral het laatste stuit op bezwaren van hier tot Tokio. Twee oplossingen geef ik:
  • toepassing van ICT
  • toepassing van clusters (clusters net als toegepast in de bovenbouw maar nu voor wiskunde op vmbo en wiskunde op vwo-niveau bijvoorbeeld


  • Nee, het gaat niet persé om deze oplossing. Het vreselijke is dat het onderwijs verondersteld wordt het probleemoplossend vermogen van leerlingen te verbeteren. Maar dat in het onderwijs nooit, NOOIT, in termen van probleem oplossen wordt gedacht. Dat je dus kunt zeggen: "Zo, dat is lastig. Jij wilt dit en ik dat. Wat is een mogelijke oplossing die argumenten van beide honoreert? Laten we de benen eens op tafel leggen en nadenken, NADENKEN !!!!!"

    Maandag 1 december                      Nieuwe wetenschap

    Ik schreef lang geleden het volgende:

    Kenniskunde

    In de advertentie van Albert Heijn stond: "Steak cool, man" en er was een barbecue bij afgebeeld. U snapt het toch? 'Stay cool' is Engels voor 'wind je niet op' en 'steak' is een soort biefstuk, dus als je een steak aan het ba...., ach, u snapt het best!
    Twintig jaar geleden was er geen Nederlandse copy writer die dit zou kunnen verzinnen, twintig jaar geleden zou de firma Heijn deze tekst hebben geweigerd. De vaardigheid in de Engelse taal is enorm toegenomen. Dat is niet omdat het onderwijs zo veel beter is, maar vooral omdat zoveel mensen op de tv kijken naar Twin Peaks en Cheers.
    Nu volgt een uitvinding. De uitvinding bestaat uit één woord, en is tevens de start van een nieuwe wetenschap: kennisarcheologie. Aangezien deze wetenschap 5 minuten geleden is bedacht, zijn er nog geen beoefenaren. Kennisarcheologie is de wetenschap die tracht vast te stellen welke kennis de mens in het verleden bezat.
    De industriële archeologie zorgt ervoor dat er ergens nog een Bessemer peer te bezichtigen is en legt vast hoe zo'n oven werkt. Maar wat wist Bessem van ander fruit? Dat wordt onderzocht door de kennisarcheologie. Zou het niet aardig zijn om te weten wat Newton wist, toen hij begon met zijn Principia Mathematica, niet alleen van natuurkunde maar ook van het Latijn, de bereiding van truffels en het stratenplan van London.
    Hoe zit het trouwens met de kennis van van Albert Heijn's kassajuf. Begrijpt zij Albert Heijn's reclame 'steak cool'? Het kennisbestand van haar verschilt waarschijnlijk van dat van de copy writer. Dit leidt vanzelf tot de uitvinding van nog een wetenschap: kennisinhoudologie. Kennisinhoudologie bestudeert kennisbestanden van mensen van nu en onderzoekt de variatie naar opleiding, geslacht, beroep, enzovoorts. In de kennisinhoudologie moeten regelmatig representatieve vertegenwoordigers van alle bevolkingsgroepen grote vragenlijsten maken, waarmee hun kennisprofiel wordt vastgesteld. Dit kennisprofiel geeft de aard en diepgang van alle kennis van de proefpersonen. Uit deze kennisprofielen blijkt het kennisverschil tussen een 75-jarige gepensioneerde klompenmaker uit Best, een 50-jarige Turk in de WAO en een yup van 30 uit het bankwezen.
    Op het snijpunt van kennisarcheologie en kennisinhoudologie worden kennisprofielen in het verleden vergeleken met de kennisprofielen van tegenwoordig. Het is dus het beste de twee wetenschappen samen te voegen in een interfacultaire vakgroep kenniskunde. Ik word de eerstbenoemde hoogleraar.
    "Aber wozu dasz Alles?" Uit de kennisprofielen van bijvoorbeeld succesvolle verkopers van herenmode zal blijken welke kennis deze beroepsgroep nodig heeft, wat we aanstaande herenmodeverkopers dus moeten leren. Kenniskunde kan ons helpen bedenken wat nuttige kennis is, wat we onze kinderen moeten leren. Daarom.


    Het lijkt me nog steeds een goed idee, die nieuwe wetenschappen. Het is er niet van gekomen. Maar er daagt een andere, nieuwe wetenschap: educational neuropsychology En Jelle Jolles gaat het vak inhoud geven aan de VU in Amsterdam. Leuk!

    Vrijdag 10 oktober                       Onderwijspersprijs

    Op 6 oktober werd de Prijs voor de Nederlandse Onderwijsjournalistiek toegekend aan Anja Vink voor haar artikel in M (maandblad van NRC/Handelsblad) voor een artikel over de segregatie in het onderwijs. Ik las het volgende stukje voor op deze bijeenkomst:

    Het volgende bestaat uit drie delen. Het eerste deel is onvriendelijk, het tweede deel is belangrijk, het derde deel is nostalgisch.

    Het eerste, het onvriendelijke deel:
    Er is de afgelopen paar jaar in de pers veel aandacht besteed aan het onderwijs. De kwaliteit van de meeste publicaties is echter niet best. Veel artikelen zijn flinter-, flinterdun. Er is heel veel onzin geschreven. Veel schrijvers, journalisten en columnisten, vallen in een oude valkuil: hun eigen schooltijd als referentiekader. Iedere docent met meer dan 10 jaar ervaring tot wat voor ellende dit leidt. Journalistiek heeft WEL invloed. Samen met de vreselijke organisatie Beter Onderwijs Nederland heeft de pers het Nederlandse onderwijs aanzienlijke schade toegebracht. Er heerst nu een beeld dat weinig te maken heeft met de werkelijkheid. "Aha", zult u zeggen, "dit is weer zo iemand die alleen maar positief nieuws wil." Nee hoor, veel onderwijs verdient met verve in de grond te worden geboord, maar dan wel met kennis van zaken.
    Naar verhouding zijn ongelofelijk veel opinies geventileerd, "ik vind"-columns van mensen die niets van belang vinden, die nooit in een school komen. Eigenlijk best verstandige opinieleiders zoals Chavannes, Zwagerman en Blokker verkopen kletskoek.
    Het resultaat: de bovenlaag van het onderwijsveld, de beruchte kleilaag, grijpt in een spastische kramp terug op het verleden en durft de werkelijke problemen niet aan te pakken. Nee, er is niet teveel in het onderwijs veranderd, er is veel en veel te weinig veranderd. Het onderwijs ligt mijlen achter op de ontwikkelingen in de rest van de maatschappij. Dat is slecht voor de maatschappij en slecht voor de leerlingen.

    Het tweede, het belangrijke deel.
    De Nederlander brengt gemiddeld eenvijfde van zijn levensjaren overdag op school door. Circa 3,5 miljoen kinderen en jongeren zitten op school waar zij les krijgen van circa 330 000 volwassenen. Het onderwijs omvat een enorme sector van de maatschappij. Het onderwijs verdient daarom diepgravende en kritische aandacht. Maar "buitenland" heeft meer glamour, "economie" is sexier, "sport" lucratiever, "kunst" en "boeken" zijn intellectueler, zo denkt de journalist vermoed ik. "Onderwijs", dat zijn de saaie uren van de jeugd, denkt de journalist. Maar onderwijs is spannend als je voldoende diep graaft, als je ziet dat het over het spannendste deel van het leven gaat: de jeugd. Onderwijs is zinvol, als het goed onderwijs is, en onzinnige tijdverspilling, als het slecht is. Dat laatste is vaak het geval. De zin? Waarom sturen we kinderen naar school? Ik denk dat we kinderen naar school sturen om ze voor te bereiden op volwassenheid ten behoeve van henzelf en ten behoeve van de samenleving. Iemand voorbereiden op volwassenheid gaat verder, veel verder dan hem vaardigheden en competenties aanleren, is heel veel meer dan goed reken- en taalonderwijs. En is veel moeilijker.

    Het derde, het nostalgische deel.
    Ruim een week geleden bezocht ik de eerste school, waar ik les gaf. Ik praatte in de directiekamer met de opvolger van Johnny Jones, de directeur met wie ik ruzie had. Ik zat in de verlopen docentenkamer waar toen, meer dan 40 jaar geleden, de stencilmachine stond. En ik bezocht een aantal klassen met soms meer dan 100 jongens, diep-zwarte, aardige jongens in smetteloos witte overhemden met das. De school staat ergens op het platteland van Uganda. Dat land ging in de laatste veertig jaar door een diep dal en krabbelt nu overeind. Wat heeft Uganda nodig? Jonge mensen die goed kunnen rekenen en foutloos kunnen schrijven? Nee, jonge mensen met verantwoordelijkheidsgevoel, vol zelfvertrouwen over de bijdrage die zij aan hun land gaan leveren, jonge mensen die hebben geleerd dat zij hun buren niet moeten haten, die hebben geleerd welke hun talenten zijn en die die talenten enthousiast en energiek willen inzetten voor eigen en andermans welzijn, jonge mensen die snappen wat democratie is.

    Tja, dat soort jonge mensen kunnen we hier ook gebruiken. Daarom moet serieus worden nagedacht over goed onderwijs. Daarom moet serieus, met aandacht, met respect voor de mensen die er werken, met respect voor de diversiteit van dit enorme maatschappelijke verschijnsel en intelligent over onderwijs geschreven worden.


    Zondag 14 september                       Driehoek

    Teken een gelijkzijdige driehoek. Schrijf bij de top "wetenschapper", bij de linkerbenedenhoek "dominee", bij de rechterbenedenhoek "psycholoog". Zet in de driehoek een stip op de plaats waar jij je als leraar bevindt. Zet een pijl in de richting waarin je de stip zou willen verplaatsen.

    Dinsdag 9 september                     Selectie

    De zwarte mevrouw waar ik veel, heel veel mee samenwerk, heeft haar jeugd een halve eeuw geleden doorgebracht op het platteland in Togo. Ze vertelde hoe van een speciale boom takken werden gesneden omdat deze zo geschikt waren om op school slaag mee uit te delen. In Nederland zijn we zoveel verstandiger: lijfstraffen zijn uit den boze. O, wat zijn we verstandig.

    De kleinkinderen zijn verzot op hun DS van Nintendo, een kleine spelcomputer. Als zij er mee spelen scoren zij punten: langzaam of snel, afhankelijk van hun vaardigheid - zo begrijp ik het. Het betekent dat er ALTIJD een beloning is voor hun bezigheid. Vergelijk dat met het perverse cijfersysteem dat in scholen wordt gehanteerd. Natuurlijk heeft het kind dat een onvoldoende haalt, minder geleerd dan de leerlingen met een voldoende, maar het heeft wel wat geleerd. Het krijgt echter een onvoldoende met als betekenis: "Jij bent niet veel waard". Het is schandelijk. Wat zou ik graag alternatieve beloningssystemen, zie de DS, willen bedenken, bespreken en uitproberen, zodat de onvoldoendes de wereld uit zijn.

    Helaas beschikt het onderwijs kennelijk niet over de verbeelding van de spelletjesfabrikant.

    Maandag 4 augustus                   
    OECD-rapport uit 2007: Understanding the brain: the birth of a learning science


    Enkele conclusies
  • de turbulentie van de puberteit
  • The analysis of this report shows not only how emotions play a key part in the functioning of the brain, but the processes whereby the emotions affect all the others. Especially important for educational purposes is the analysis of fear and stress, which shows how they, for instance, reduce analytical capacity, and vice versa how positive emotions open doors within the brain
  • Far from the focus on the brain reinforcing an exclusively cognitive, performance-driven bias, it actually suggests the need for holistic approaches which recognise the close interdependence of physical and intellectual well-being, and the close interplay of the emotional and cognitive, the analytical and the creative arts
  • the benefits of good diet, exercise, and sleep impact on learning
  • verschil in hersenactiviteit tussen experts en nieuwelingen
  • neurowetenschappen kunnen verborgen eigenschappen van individuen aan het licht brengen zodat met meer succes problemen verholpen kunnen worden, denk aan dyslexie en dyscalculie
  • neuwrowetenschappen kunnen adviseren over het ontwerpen en inrichten van onderwijsvormen
  • Uit de "plasticiteit" van de hersenen blijkt de mogelijkheid van levenslang leren en de toenemende effectiviteit bij meer leren
  • Managing emotions is one of the key skills of being an effective learner. Emotional regulation affects complex factors such as the ability to focus attention, solve problems, and support relationships. Given the “poor steering” of adolescence and the value of fostering emotional maturity in young people at this key stage, it may well be fruitful to consider how this might be introduced into the curriculum and to develop programmes to do this.
  • the earlier foreign language instruction begins, the more efficient and effective it can be.
  • children learning another language reinforce the competences in their mother tongue
  • On numeracy (Chapter 5), since humans are born with a biological inclination to understand the world numerically, formal mathematics instruction should build upon existing informal numerical understandings. Because number and space are tightly linked in the brain, instructional methods that link number with space are powerful teaching tools.
  • 1. Learning is a natural process for human beings. 2. Learning is much more than content acquisition or the development of cognitive skills. Learning may be defined as the process of expansion of a person’s capacities. Learning always involves the interaction of cognitive and emotional processes, and learning always occurs in social contexts through interaction between learners and their environments.


  • Maandag 27 juli                       Arbeidsleven

    Het gepraat en geschrijf over de noodzaak de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen dan wel de arbeidsparticipatie te verhogen door mensen anderszins langer te laten werken, is uitermate irritant.

    Ten eerste.
    Nog niet zo heel lang geleden, was iedereen ervan overtuigd dat er een noodzaak was tot arbeidstijdverkorting. De produktiviteit steeg en bleef maar stijgen. Als mensen te lang, 40 jaar 40 uur per week, zouden werken, dan zou de economie te snel groeien - slecht voor het milieu - en zouden er teveel mensen zonder werk zijn. Het werk moest eerlijker worden verdeeld. Zo ongeveer was de argumentatie, herinner ik me, en iedereen was het er mee eens. En nu is iedereen het eens met het tegengestelde. De manier waarop collectieven volstrekt gedachteloos geleid door volstrekt gedachteloze leiders van mening veranderen is ontstellend. Het ontstelt me: het stemt me somber. En dat ik dat niet veel eerder duidelijk door had. Ook dat is somber stemmend.

    Ten tweede.
    Grofweg kan het leven ingedeeld worden in
  • kleuterjaren
  • schooltijd
  • arbeidsjaren
  • pensioen

  • Men meent dat er een noodzaak is het aantal arbeidsjaren te vergroten. Laten we even aannemen dat dit noodzakelijk is. De arbeidsjaren worden begrensd door het tijdstip waarop het werken begint en het tijdstip dat men met pensioen gaat. In alle discussies van dit moment (Donner!) wordt uitsluitend gesproken over de begrenzing aan de 'bovenkant', het begin van het pensioen. Volstrekt onduidelijk blijft wat men aanneemt betreffende het beginpunt, de overgang van onderwijs naar arbeidsleven. Eigenlijk denk ik dat men helemaal niets aanneemt, dat men er niet over nadenkt.
    Wat zou over dat beginpunt dan opgemerkt kunnen worden? Wel, het beginpunt is voortdurend aan het veschuiven omdat de duur van het voltijdonderwijs voor de gemiddelde Nederlander groeit: in minder dan 50 jaar een toename van circa 10 tot 17 jaar. Van de 7 jaar toename is 5 jaar aan de 'bovenkant' van de schooltijd. Er is 2 jaar afgegaan van de kleutertijd. Die 5 jaar moet worden afgetrokken van de arbeidsjaren. Die 5 jaar wordt nu dus korter gewerkt dan minder dan een halve eeuw geleden.
    Het opschuiven van de ondergrens van de arbeidsjaren gaat nog voortdurend door. Het krankzinnige is dat dit wordt gestimuleerd door de overheid met onder andere de verhoging van de leerplichtige leeftijd. De economische argumenten daarvoor, hoger opgeleid betekent een hogere bijdrage aan de economie, zijn uitermate slecht onderbouwd zoals uit lezing van overheidsnota's blijkt.
    In de discussies zou dus steeds die ondergrens betrokken moeten worden en men zou onderbouwd conclusies moeten trekken over de dit beginpunt van het arbeidsleven. En ik weet mijn conclusie wel: verlaag de ondergrens. Te langdurig onderwijs is onwenselijk - lees Edutopia.

    Zondag 13 juli                  Wetenschap en ander onderwijs

    De bijdragen van de wetenschap aan het onderwijs, ik bedoel dus niet de wetenschappelijke onderwijsinhouden maar de bijdragen die wetenschappelijk onderzoek heeft geleverd voor didactiek, zijn tot dusverre van geringe betekenis om niet te zeggen verwaarloosbaar. Van onderwijskundigen heb ik een zeer weinig hoge pet op. (Het bekendste handboek voor onderwijssociologie bijvoorbeeld was echt een afknapper.) Het adaptief of ontwikkelingsgericht onderwijs van Stevens: is dat evidence based? Ik denk het niet. Het probleem gestuurd onderwijs van Wijnen, eerst in Maastricht en later inspiratie voor onder andere het studiehuis: hetzelfde laken een pak. De veel geroemde meervoudige intelligenties van Gardner: waarschijnlijk tenslotte van weinig invloed en misschien een te grove analyse. De leerstijlenhype van zo'n 15 jaar geleden heeft meer kwaad dan goed gedaan. Niet veel mensen namen het serieus. Hooijmaiers, indertijd hoogleraar natuurkunde didactiek in Utrecht, beschreef in twee (weinig wetenschappelijk onderbouwde) A4-tjes het nieuwe vak ANW. Iedereen was enthousiast maar inmiddels is het vak zowat weggevaagd. Op kleine schaal heb ik leuke dingen meegemaakt. Aan de VU werd onderzoek gedaan aan misconcepten, foutieve inzichten van leerlingen, binnen het natuurkunde onderwijs (bijvoorbeeld: electrische stroom wordt verbruikt) en op basis daarvan werd lesmateriaal gemaakt. Dat werkte. Maar inmiddels is dat materiaal al weer weggespoeld, heeft geen algemene verspreiding ondervonden.

    Helaas is onderwijs zowat onveranderbaar, lijkt het. Maar er zijn drie wetenschapsgebieden die misschien kennis leveren die bruikbaar is bij het bedenken van ander onderwijs:
  • dierengedragsonderzoek, ik denk vooral aan de boeken van Frans de Waal
  • hersenonderzoek, zoals de laatste tijd gepresenteerd door Jolles
  • evolutionaire psychologie
  • , die ik net heb ontdekt. Stukken tekst staan bij "overwegingen" elders op deze site.

    Woensdag 9 juli                          Selectie

    Stel je voor een middelbare school zonder boeken. Ja, dat kan, denk maar aan Slash 21.

    Stel je voor een middelbare school zonder 50 minuten-bel. Ja, dat kan, zie boven

    Stel je voor een middelbare school zonder leraren. Ja, dat kan. In Canada, Australië en andere landen gaan sommige kinderen niet naar school maar leren thuis.

    Stel je voor een middelbare school, een goede, heel goede school, een school waarop je geen diploma kunt halen. Nee, dat kan niet. Langzaam, langzaam druppelt het mijn hoofd in, dringt het zich aan mij op: de onvoorstelbare houdgreep van de proefwerken, de cijfers, de rapporten, de examens, de diploma's. Het is het belangrijkste obstakel voor leren.

    Zaterdag 24 mei                          Gymnasium

    Ik was op mijn oude school, het Huygens Lyceum in Voorburg. Het staat er nog, ik werd vriendelijk ontvangen. De rector, ook oud-leerling, is vele jaren jonger dan ik.

    Het Huygens, tot nu toe een lyceum, wat dat ook moge zijn, wordt een gymnasium. Verschrikkelijk maar begrijpelijk.

    Het is begrijpelijk. Het Huygens is inmiddels één van de scholen van een flink lokaal bestuur. Ik zie de bestuurders, ook maar mensen met de neus van voren en niet opzij, denken. De markt, ouders en hun kindertjes in Voorburg, wordt beter bediend als er meerdere typen scholen zijn. De onderlinge concurrentie wordt minder moordend.

    Het is verschrikkelijk. Het gaat in tegen mijn Edutopische principes, zoals "heterogeen groeperen en heterogene onderwijsinhouden."

    Wat een ironie, op 9 mei heb ik in enkele woorden uitgelegd dat het gymnasium niet KAN blijven bestaan naast heterogene scholen. De concurrentie is niet eerlijk.
    Meerdere uitleg volgt door het citeren van een oude column - komt nog.

    Dinsdag 20 mei                          Spam

    Nadat de mailbox is geopend en de mail is opgehaald, wordt eerst de spam verwijderd. Geen spam wellicht, misschien een ongewenste RSS feed, al een keer een 'ik wil geen mail meer' gestuurd: toch krijg ik steeds weer beschouwingen van ene Mike George. Een enkele keer lees ik een stukje. Vandaag las ik dit:

    It would be some years later, when leaving school, college or university that a quiet voice in the heads of many would whisper, "Thank God that learning stuff is over, now I can go and make some money". Little did most of us realise we were just entering the real school otherwise known as 'life' and that our learning was about to begin .. for real!
    In the school of 'real life' we would be forced to focus our energy and learn to make decisions in areas where our academic education had not dared to go. We would quickly have to learn to manage the four things that no one ever teaches us ... and fast. It is in the school of 'real life' that we encounter the 4 Rs - responsibility, relationship, roles and resources. It would probably be some time before we realise that this gap in our education would be at the root of all our stress. It could be many years before the penny drops and we wake up to the fact that we have been struggling, striving and stressing our way through life precisely because no one was able to teach us how to accept total responsibility for our self, relate to others appropriately, play the right role at the right time, and use the resources we already have within us in the most effective ways.
    And yet even today this huge gap in our education is still not seen as one of the greatest handicaps that we inherit and exactly why its absence has the tendency to kill our ability to create a happy and fulfilled existence.


    Kassa. Zijn website is hier

    Zaterdag 10 mei                          Geld

    "Omo Power was een doorbraak van formaat. Dankzij Accelerator, een waskrachtversneller op basis van mangaantechnologie, waste het wasmiddel oogverblindend schoon bij extreem lage temperaturen en met aanzienlijk minder poeder. Honderden wetenschappers in het Unilever-laboratorium hadden er vele jaren en 300 miljoen gulden voor stukgeslagen. Bij de introductie in 1994 gooide Unilever er nog eens een half miljard tegenaan om Omo Power te promoten."

    Ik plukte deze tekst van internet. Ja, dat was heel geestig, die flop bij Unilever. Maar ik weet nog mijn verbazing: een investering van toen achthonderd miljoen gulden om een nieuw product te ontwikkelen en te promoten.

    We vergelijken de ééneiïge tweeling Vroeg en Laat beide afstuderend als ingenieur, Vroeg op de leeftijd van 23 jaar, Laat, die een jaar verliest door een gebroken been, op 24-jarige leeftijd. Laat begint zijn carriere een jaar later dan Vroeg. Laten we aannemen dat deze jonge mensen exact dezelfde carriere doorlopen en op 65-jarige leeftijd met pensioen gaan. Als Vroeg 63 jaar oud is verdient hij hetzelfde salaris als Laat op zijn 64ste. Als Laat met pensioen gaat, heeft hij 41 jaar gewerkt, 41 jaar inkomen genoten en 41 jaar bijgedragen aan de economie van de maatschappij. Vroeg heeft dat bij zijn pensioenering 42 jaar gedaan. Vroeg verdient in zijn leven het inkomen van één jaar aan het eind van zijn carriere meer dan Laat. Het jaar dat Laat verloor door het gebroken been kost hem een jaarsalaris, laten we zeggen €50 000. Dat is wat hij gedurende zijn beroepsleven minder verdient dan Vroeg. Deze €50 000 zijn de kosten van het extra studiejaar van Laat. Die kosten zijn dus een grootteorde groter dan wat wij als de feitelijke onderwijskosten beschouwen. Omdat de economische bijdrage aan de maatschappij altijd meer is dan het verdiende loon, kost het de maatschappij nog meer dan deze €50 000. Is hier een speld tussen te krijgen? Nee. Dat betekent dat een lesuur circa €50 kost per kind. Of liever, want we willen onze kinderen geen kinderarbeid laten verrichten: ieder verspild uur kost €50. Dat betekent dat er belangrijke economische gronden zijn op grond waarvan het wenselijk is om de schooltijd efficiënt te besteden.

    Enkele miljoenen kinderen leren een Engelse vocabulaire op school. Hoeveel tijd kost het om een woordenschat van 3000 Engelse woorden te leren? Hoeveel is het waard, welke investering is gerechtvaardigd, om dat leerproces te versnellen. Laten we zeggen dat we 10 uur per kind kunnen uitsparen. Er leven in Nederland 16 miljoen mensen met een levensverwachting van zo'n 70 jaar. Er worden dus circa 200 000 kinderen per jaar geboren. Als die kinderen met 10 uur minder onderwijs hetzelfde niveau engels bereiken, betekent dat een besparing van circa 2 miljoen uur = €100 miljoen per jaar in Nederland. Met een terugverdientijd van 3 jaar is een investering van €300 miljoen verantwoord. Dat zou het geld zijn dat een instituut zou kunnen besteden om uit te zoeken hoe snel woordjes te leren.

    We moeten ons realiseren dat het bedrijfsleven voorafgaand aan investeringen precies dezelfde soort redeneringen hanteert. Waarom gebeurt dat niet in het onderwijs? Omdat deneken in termen van rendabiliteit, optimalisatie, bestrijding van kosten, productiviteitsverbetering daar niet worden gehanteerd. Dat zou wel moeten gebeuren. En dan, en dat is het moeilijkst, tegelijk met behoud van de menselijke waardigheid van de leerling.

    Vrijdag 9 mei                         Middenschool

    In de krant, NRC/H - W&O bijlage, van 19 april schrijft Japke Bouma over het Finse onderwijs. De kop van het artikel: "Aan de top met de middenschool".

    Groot zal de verontwaardiging zijn in Nederland, als zou worden besloten de middenschool in te voeren. Zo zou het gymnasium afgeschaft moeten worden. En toch, een middenschool kan alleen succesvol functioneren als het hele bestaande systeem wordt afgedankt. Prick voorop, zal men verontwaardigd spreken over vrijheidsberoving. En niemand zal zich realiseren dat de middenschool al lang bestaat: de basisschool.

    Donderdag 8 mei                         1040

    De hoeveelheid onzin in dit land schijnt zich te gedragen als de entropie: voortdurende toename. De 1040-uren maatregel is er één van.
    Als een school goede resultaten heeft, dat wil zeggen: als er veel kinderen binnen relatief korte tijd hun papiertje bemachtigen, dan functioneert zo'n school goed. Als een school dus goede resultaten heeft met 800 contacturen, dan presteert de school beter dan de school die dat doet met 1040 contacturen. De eerste school is dan de betere school. Dat het criterium "papiertje halen" armzalig is, doet hier even niet terzake. Hoe wordt het Luzac College eigenlijk beoordeeld wat betreft de 1040 uren norm?

    Woensdag 7 mei                        Afgeleid

    Mulder ontdekte dat de eerste afgeleide van de dikte een goede indicatie van de glaskwaliteit gaf. Het was in de tijd dat ik in een glasfabriek werkte waar vensterglas werd gemaakt volgens het verticaal-trekken procédé. Ik vind het nog steeds een geweldige ontdekking die
  • voor de leek een betekenisloze mededeling is

  • geen enkele relevantie meer heeft, sinds vensterglas via nieuwere procédés wordt gemaakt

  • zonder ß-opleiding onbegrijpelijk is.


  • In de oude, koperen parapluiestandaard staat de opgerolde poster van de prachtige Documenta 1992 in Kassel. Op de poster staat de grafiek van y = x² en de berekening van de eerste en tweede afgeleide: f´ = 2x en f´´ = 2.

    De snelheid is de eerste, de versnelling is de tweede afgeleide van de verplaatsing. De begrippen verplaatsing, snelheid en versnelling zijn zo mooi te illustreren met de wedstrijd tussen een hardloper en een fietser vanuit stand, die duurt tot het moment dat de fietser de hardloper inhaalt. En dan illustreren de grafieken (zonder getallen) zo mooi die afgeleides.

    De bijbehorende wiskunde, ja, dat zouden veel mensen (nee, niet alle) toch eigenlijk moeten leren. Ze zouden verleid moeten worden dit te willen leren. De toepassing van de differentiaalrekening in disciplines als biologie, geografie, sociologie staat denk ik nog in de kinderschoenen. Wat zou eruit komen als je de distributie van boombladeren, berghellingen en bevolkingsgroei gaat differentiëren?

    Zaterdag 5 april 2008                         No child left behind

    NCLB is onderwijswetgeving in de USA uit 2001. NCLB staat voor No Child Left Behind. In de bibliotheek blader ik door The Economist en tref een artikel aan over de staat van deze wetgeving op dit moment. Ik citeer:
    " NCLB requires states to test pupils on maths and reading from 3rd to 8th grade (that is for ages of 8 to 13) and once in high school. Some science is being added."
    Dit getest, ook weer voorgesteld door Dijsselbloem en Meijerink, is dus een wereldwijde beweging, een voor goed onderwijs schadelijke beweging. Reden: de verarming van het curriculum - zie ook 26 januari hieronder.

    Donderdag 13 maart 2008                         Intelligentie

    Het vorderen van de leeftijd en het schrijven van Edutopia levert als voordeel het toekomstperspectief. Veel meer dan vroeger wordt me duidelijk dat ons niveau van kennis beperkt is en dat verwacht mag worden dat over 50, 100 of 500 jaar heel andere verder gevorderde inzichten beschikbaar zijn, dat dan ook meewarig zal worden gekeken naar de kennis van dit moment.

    Zo is daar het nog steeds uiterst vage begrip intelligentie. Waarschijnlijk heeft Gardner met zijn theorie van 'multiple intelligences' wel een beetje gelijk, but it is not more than scratching the surface.

    Mijn hele leven heb ik meer moeite met het onthouden dan sommige anderen. Mijn herinneringsvermogen is matig in verhouding tot andere aspecten van de intelligentie. Het kostte me indertijd meer moeite dan anderen om het beruchte Groene Boekje met de naam, de chemische samenstelling en de kristalstructuur van 1000 mineralen uit mijn hoofd te leren - dat werd gevraagd in het eerste jaar mijnbouwkunde. Dat matige herinneringsvermogen zou mij een studie medicijnen zowat onmogelijk hebben gemaakt, denk ik. Herinneringsvermogen is één aspect van de intelligentie. Later zullen andere aspecten van intelligentie duidelijk en helder onderscheiden worden. Het begrip intelligentie zal opbreken in componenten die ieder hun invloed hebben op wat een mens vermag.

    Maandag zal ik een gezelschap trachten uit te leggen dat het begrip domheid aan het verkruimelen is. ADHD, dyslexie, discalculie, concentratiestoornissen, autisme zijn begrippen die duiden op eigenschappen met een effect op de intelligentie. Helaas zijn de begrippen nog steeds geformuleerd op basis van een tekort (een 'deficiency') - zie ook mijn overwegingen van donderdag 21 februari elders op deze site.

    Maandag 10 maart 2008                         Desinformatie

    "De hele exercitie van de afgelopen twee jaar, Verbrugge's stukken, de BON plus de BON-site, het onderzoek van Dijsselbloem is wellicht schadelijker voor het Nederlandse onderwijs dan de invoering van basisvorming, vernieuwde tweede fase en VMBO. Het probleem is uitstekend verbeeld door Fokke en Sukke: onderwijsvernieuwingen zijn slecht dus moeten we het onderwijs niet vernieuwen. Ondertussen is er een ongelofelijke hoeveelheid desinformatie en stemmingmakerij.

    Bovenstaande zijn enkele regels uit een niet voor publicatie bestemde brief die ik naar de redactie van NRC?Handelsblad stuurde.
    Ondertussen blijft een onvermoede hoeveelheid onzin over onderwijs via diverse media het land instromen.

    Zondag 17 februari 2008                         Rekenen

    Over het recente rumoer in het onderwijs valt veel te zeggen, in het bijzonder over de grote hoeveelheid onzin. Daarop maakt Ton van Haperen in NRC/H van dit weekend een uitzondering, hoewel ik het met zijn aanbevelingen niet eens ben. Nogal wat commentaar op Dijsselbloem heb ik geventileerd de onderwijsvooruitzichten-blog waar ik aan meeschrijf.
    Ik bedacht me ondertussen over het rekenen het volgende:
    Als het onderwijs goed is ingericht, is de rekenvaardigheid dalende. De rekenmachine maakt dat het niet meer noodzakelijk is, zekere bewerkingen te beheersen. De staartdeling is het beste voorbeeld. Het niet-aanleren van zekere rekenvaardigheden spaart tijd voor andere zaken. Denk bijvoorbeeld aan Engels in het basisonderwijs. Natuurlijk zou (ook in het primair onderwijs) rekenonderwijs als keuzevak kunnen worden aangeboden.

    Maandag 11 februari 2008                         Plasterk

    In Buitenhof, 27 januari, interviewde Peter van Ingen minister Plasterk. De ontwikkelingen op het gebied van taal en rekenen vond van Ingen "desastreus, vindt u ook niet, meneer Plasterk?" Zo komen de praatjes in de wereld.
    Belangrijker was wat Plasterk, een verstandige man, wat later zei. De ontplooiïngsideologie, waarbij kinderen 'niet zozeer leerden wat ze nodig hadden', moest minder nadruk krijgen en we moesten meer terug gaan naar het bijbrengen van van basiskennis. Dit is echt een afschuwelijke uitspraak. Gelukkig hebben ministers minder invloed dan soms lijkt. Als dit doorgaat, wordt het onderwijs jaren teruggeworpen in zijn ontwikkeling.
    Wat is nu eigenlijk de denkfout van Plasterk? De denkfout is niet dat er wél ontplooid zou moeten worden en minder basiskennis wordt geleerd. De denkfout is dat basiskennis efficiënt en degelijk aangebracht kan worden zonder het kind tot ontplooiïng te brengen.

    Zondag 27 januari 2008                         Stukje

    Mijn schrijverij in NVOX, blad van natuurkunde-, scheikunde- en biologieleraren, loopt op zijn laatste benen. Daarom zet ik hier nu het stukje dat ik deze ochtend voor de volgende aflevering opstuurde.

    Chicken soup
    Kijk de volgende keer dat je de auto door een wasstraat haalt, even op het kastje met regelapparatuur waar je geld ingooit of je nummer intikt. Zoek naar zo'n metalen plaatje met een merknaam.
    We bespraken kort geleden nog eens zijn schoolverleden. Hij was een te jonge leerling, in september geboren en dus consequent jonger dan de rest. In 2 mavo bleef hij zitten. Vanaf dat moment ging het beter. Nadat hij de mavo had gehaald, kwam hij bij mij in 4 havo. Doordringende bruine ogen en lastige vragen. Hij was knettergoed, zo goed dat we het er op de laatste rapportvergadering van het jaar allemaal mee eens waren: hij kon door naar 5 atheneum. Het was een super-bèta en daarom zakte hij bijna in 6 vwo. Hij deed op advies van zijn docent een herexamen voor onder andere Nederlands, omdat met het cijfer voor een opstel gerommeld kon worden.
    Een paar jaar later, inmiddels student aan de TU, kwam hij langs met de vraag of hij wat bij kon verdienen met computerles. En zo werd onze school één van de eerste in Nederland waar leerlingen informatica kregen: in basic programmaatjes schrijven voor de bediening van stoplichten. Ik begreep er niets van maar drommen kinderen zaten achter de commodoortjes die hij meebracht.
    Hij woont nu in Canada, is nog steeds directeur van het automatiseringsbedrijf dat hij oprichtte en later verkocht. Hij is binnen maar sleutelt nog steeds aan de automatisering van autowasstraten. Inmiddels kan hij de instelling van die apparaten wereldwijd via internet vanuit zijn huiskamer wijzigen.
    Af en toe komt hij langs zodat we de gelegenheid hebben de toestand van de wereld door te nemen. De laatste keer bracht hij een boekje voor me mee dat ik van harte aanbeveel: "Chicken soup for the teacher's soul - stories to open the hearts and rekindle the spirits of educators".
    O ja, als op dat naamplaatje Kesseltronics staat is het apparaat er één van hem. Er is een belangrijke conclusie te trekken: zittenblijven in 2 mavo betekent niet persé dat je dom bent. Dat zou een mens zich bij het uitdelen van iedere onvoldoende moeten bedenken.


    Zaterdag 26 januari 2008                        Rekenen en taal

    Een citaat uit het rapport van de commissie Meijerink:
    "Als je rekenen wilt onderhouden dan is er een extra uur nodig."
    De commissie Meijerink heet eigenlijk de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen. Zonder het behoorlijk gelezen te hebben, erger ik me dood aan het rapport, de publiciteit er om heen en de opinies in mijn lijfblad, NRC/Handelsblad.
    Ik zou als een grote, boze man in een heel grote ruimte met erg veel onderwijskundige deskundigen middels krachtige versterking een donderend betoog willen houden om de minkukels uit te leggen wat voor verschrikkelijk kuddegedrag er aan het optreden is.
    Maar ik zie zelfs af van het schrijven van een ingezonden brief.
    Mijn teller wijst aan dat er dagelijks 1, 2 aardige mensen zijn die naar deze site kijken. Laat ik voor hen en voor mijn gemoedsrust enkele opmerkingen over het rapport maken:
  • Het instellen van een expertgroep met zo'n titel brengt automatisch met zich dat de vakken taal en rekenen overbelicht worden ten koste van de andere. Het tussenzinnetje dat ik hierboven citeer, is er een mooie illustratie van. Expliciet wordt ergens in het rapport meer tijd voor rekenen en taal gevraagd. Schaarstewetten worden met grote vanzelfsprekendheid terzijde geschoven. Een uur extra rekenen betekent een uur minder van andere vakken. Ik zou de commissie hetzelfde willen vragen als het kabinet aan de Kamwer vraagt, bij verschuiving van bestedingen. Waar moet de tijd af?
  • Het rapport is goed geschreven en alle mogelijke bronnen zijn afgezocht om te zien hoe het zit met het nederlandse onderwijsniveau. De conclusies zijn vaag. Een citaat
    Het geheel overziend is het de vraag of de prestaties van de leerlingen en studenten op taal en rekenen & wiskunde nu ook verslechterd zijn. Het is deze vraag die in de samenleving leeft. Een vraag die de samenleving ook zo in haar eenvoud mag stellen, al is het antwoord niet in een eenduidig ja of nee te formuleren. Hiervoor zijn de onderzoeksgegevens te uiteenlopend en in sommige sectoren als het mbo en hbo onvoldoende voorhanden. Bovendien is er binnen een leerstofdomein op deelgebieden vaak zowel een voorals achteruitgang te constateren. Om te voorkomen dat de indruk ontstaat dat de analyse een vorm van optimistisch terugredeneren is, waarschuwen wij ervoor, dat er in algemene zin te constateren is, dat er over een groot aantal jaren heen, en de laatste jaren zelfs versneld, een daling optreedt in de leesvaardigheid en de rekenvaardigheid bij leerlingen in de leerplichtige leeftijd. Dit beeld komt overeen met het oordeel van de inspectie zoals geformuleerd in het Onderwijsverslag van 2007: het gaat goed met het Nederlands onderwijs, maar er zijn hardnekkige problemen."
    Dat staat er in het rapport, en ook nog elders dat Nederland internationaal heel goed scoort. De kranten schrijven dat nu is aangetoond dat het slecht gaat met het onderwijs. Dat lees ik, tenzij ik gek ben, niet uit deze conclusies. Meijerink dikt het ook harder aan dan in het rapport.
  • Men beveelt vier referentieniveaus aan met daarbij ook toetsing. Doodeng. Het tendeert naar het Engelse systeem waar toetsing op vier tijdstippen in de schoolcarriere plaatsneemt. Daar is het vooral om te zien wat de school presteert. Ik herinner me goed de drie bezoeken aan het hoofdkantoor van de Secondary Heads Association in Engeland en hun verontwaardiging over dit stelsel. De belangrijkste reden voor de verontwaardiging: de verarming van het curriculum. Andere belangrijke onderdelen worden weggedrukt.
  • Meijerink's opstelling is heel discutabel. Hoe valt zijn mening nu te rijmen met zijn voorkeur voor zelfevaluatie zo'n jaar of 8 geleden. Hoe valt de gedetailleerde omschrijving te rijmen met de afschaffing van de kerndoelen van de basisvorming door een commissie onder zijn leiding een paar jaar terug.


  • Zaterdag 5 januari 2008                        Noodzakelijke natuurkundekennis 2

    Drie weken geleden, vorig jaar,schreef ik naar aanleiding van een enquête. Ik heb nog een reactie geproduceerd, die als column in NVOX (blad voor binask-leraren) zal komen. Deze is relevanter.

    "Nadat Ineke Frederik op de Woudschoten natuurkunde-conferentie de Minnaert-prijs in ontvangst had genomen (voor de bisk-collega's: een prijs voor iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het natuurkunde-onderwijs) stond Jan L, eerder - en terecht - Minnaertprijswinnaar, papiertjes uit te delen bij de uitgang van de zaal. "Welke onderwerpen uit de natuurkunde zouden volgens u bij iedereen bekend moeten zijn?" Of we dat maar wilden opschrijven.

    Vervang in bovenstaande zin natuurkunde door biologie, scheikunde, wiskunde, engels, frans, duits, nederlands, economie en stel deze vraag aan de leraren biologie, scheikunde, wiskunde, engels, frans, duits, nederlands, economie.

    Vervang vervolgens het woord natuurkunde door de woorden: rechten, schilderkunst, muziek, psychologie, marketing, politicologie, sociologie, zaadveredeling en stel deze vraag aan juristen, schilders, muzikanten, psychologen, marketing managers, sociologen, en zaadveredelaars.

    Vervang vervolgens het woord natuurkunde door de woorden: het veilingwezen, optometrie, glasindustrie, telecommunicatie, autoonderdelenhandel, graszodenkwekerij, postbezorging, onderzoek naar nierdialysetechnieken, verkeersveiligheid en gezondheidszorg op Seychellen en stel deze vraag aan een veilingmeester, een opticien, een glasmaker, een medewerker van KPN, aan van Dal hier op de hoek, aan een graszodenkweker, een postbesteller, aan een mevrouw die drie keer per week naar de nierdialyse moet, aan een politieagent en een huisarts op de Seychellen.

    Ja Jan, dat wordt een zootje, een ongeregeld zootje. En als je dan alles hebt uitgeschreven, gecatalogiseerd, verwerkt tot hapklare brokjes leerstof. Als je dan alles netjes in het mooie ik-wil-alles-weten-boek hebt gefrot. Als je dan een vrachtwagenproducent hebt gevonden die een veelasser weet te construeren waar dat ik-wil-alles-weten-boek in vervoerd kan worden, dan blijkt dat voortaan iedereen tot z'n 78ste naar school moet om alles te leren wat zo belangrijk is.

    Kanonnen zijn apparaten waarmee veel schade en veel menselijk leed kan worden veroorzaakt. Als je dan persé een kanon wil, Jan, doe het dan zo. Vraag aan een postbesteller wat iedereen moet weten van politocologie, aan de veilingmeester w.i.m.w.v. telecommunicatie, aan een socioloog w.i.m.w.v. de autoonderdelenhandel en aan van Dal hier op de hoek w.i.m.w.v. de natuurkunde. Dan komen onze leerlingen misschien toe aan leren wat ze zelf willen weten en kunnen ze voor hun dertigste beginnen te zorgen voor hun nageslacht."

    Donderdag 27 December                        Over milieu

    Citaten uit een interview:
    "Dat heeft te maken met de economisering van het wereldbeeld. Wij hebben in dit tijdsgewricht de neiging om sociaal-culturele en ecologische punten uit te drukken in economische termen .... Wij hebben hier in het westen de afgelopen honderden jaren een ontwikkleing doorgemaakt naar de dominantie van de economie. De culturele of geestelijke oriëntatie is ver weg....De reactie op het ongestuurde kapitalisme in het westen is het communisme geweest. Dat was geen oplossing. Het enige gevolg is dat Fukuyama juicht dat het westers liberalisme in de wereld heeft gewonnen, terwijl in werkelijkheid het systeem kamot met tekorten aan grondstoffen, met grenzen aan de groei..... Je moet zeer terughoudend zijn mensen op te leggen wat een goede manier van leven is... Je kunt mensen uitnodigen een vorm te vinden die recht doet aan de balans tussen economie, hoogwaardige leefomgeving en sociaal-culturele omgeving. Door in het onderwijs aandacht te besteden aan wat zinvolle activiteiten zijn, bijvoorbeeld."

    Maandag 24 December                        Nieuwe Gardner

    "De wereld mist wijsheid" - kop in W&O-bijlage (NRC/H) van 1 december - Robert Sternberg, hoogleraar die zich bezig houdt met intelligentie en leren en toetsen - nieuwe Gardner??? - zijn onderzoeksinstituut The Pace Center - misschien is het wat.

    Zondag 23 December                        Egotrip

    Na een praatje onlangs, een presentatie bij KPC Groep, zeg maar de kaapeecee, kreeg ik een boekje, "De waarde van Slash 21", een terugblik op het enkele jaren durende en inmiddels afgesloten experiment van een school zonder boeken, klassen en lesrooster. Ik sla het open op een willekeurige pagina en lees in een bijdrage van Sietske Waslander:
    "Net voor de zomer van 1998 staat op de voorpagina van de zaterdagkrant van NRC Handelsblad 'New Age flink in opmars in onderwijs'. De kop verwijst naar een paginagroot artikel in het wteenschapskatern met als titel 'Heerlijk nieuw leren; onderwijsvernieuwers op zoek naar geestelijke warmte'. Journalist Wubby Luyendijk doet verslag van een conferentie in Kerkrade. In het artikel wordt het nieuwe leren onder anderen geassocieerd met chakra's, reiki en silva mind control"
    Ja, ik weet het nog heel goed. Ik was er ook in Rolduc. Het was een gedenkwaardig, zeer gedenkwaardig weekend. De belangrijkste organisator was Erik van Praag. Hij heeft er te weinig eer voor gekregen. Ja, ik was bij een silva mind control werkgroep, een yoga-achtige activiteit, en was er enthousiast over. En er waren ook welk erg vage figuren. En toch leidde dit tot wonderlijke zaken. Een reiki-achtige gespreks-sessie met een mij geheel onbekende ontroerde me tot tranen toen ze me uithoorde over mijn moeder. En inderdaad, zoals ze beloofde bleek ik zonder problemen de begeleiding van mijn moeder gedurende de laatste anderhalf jaar schemertoestand te kunnen dragen.
    Wubby leerde ik op de conferentie kennen. Ze moest te vroeg weg en interviewde mij telefonisch achteraf. Clan (Visser 't Hooft) was later niet blij met haar artikel.

    Ik lees door in het boekje:
    "Luyendijk constateert dat de 'irrationele golf' nu ook in het onderwijs toeslaat. Reacties van lezers blijven niet uit. Mensen spreken van een 'onzinnige' rage, 'een walm van onfris denken', 'quasi-wtenschappelijke onzin'. Ook mensen die er bij waren in Kerkrade laten zich horen. Een van hen is Knoppert, die een week later in dezelfde krant reageert. Hij probeert duidelijk te maken dat discussie over mogelijke oplossingen, het zicht ontneemt op de achterliggende problemen. 'Iedere goede docent weet dat een leerling zich moet welbevinden om te kunnen leren. Iedere goede docent weet hoe absurd laag het rendement is van bijna iedere les.' Knoppert verdedigt de zoektocht naar manieren om leerlingen in een 'flow' te krijgen, als een nuttige en gewenste exercitie om nieuwe ideeën en bij te dragen aan een hoogst noodzakelijke onderwijsvernieuwing."

    Ik heb altijd gelijk. Toen ook al.

    Zondag 16 December                        Noodzakelijke natuurkundekennis

    Twan Brouwers en Jan Leisink vragen collega's wat iedereen van natuurkunde zou moeten weten. Ik schreef ze het volgende:

    "Mijn inbreng zal je tegenvallen. We hebben het hier over IEDEREEN! Het, wat iedereen van natuurkunde moet weten, zou uiteen vallen in twee categorien:

    1 In de basisschool zou beschrijvende kennis, de Engelsen kunnen dat zo mooi, moeten worden geleerd. Kinderen zouden te weten moeten komen dat bij 'stroom' echt iets stroomt, dat je een schok kan krijgen, maar niet altijd, en dat een lamp zoveel Watt is en een wasmachine veel meer. Dat je met een lens een plaatje kunt maken, en dat dat in je oog ook gebeurt, en dat 'lenzen' en brillen hulpjes zijn om je ooglens beter te maken. Dat een kaars brandt omdat de hete lucht opstijgt, net als de hete lucht ballon. Dat als de zon opkomt, dat komt omdat de aarde draait. Dat er harde en zachte stoffen zijn, en zware en lichte, en dat soort zeer interessante zaken.

    2 Later zouden alle leerlingen moeten gaan begrijpen dat we veel, heel veel waarheid ontlenen aan wetenschappelijk bewijs. Dat je op veel manieren om je heen kan kijken. Dat daarbij een heel nieuwe is, die nog maar een paar honderd jaar op grote schaal wordt beoefend. Dat je net zoals Darwin heel lang naar de bijen kan kijken en hun route in de heg kan volgen. Dat je daar soms ideeen van krijgt. Dat er zoiets is als een experiment, dat reproduceerbaarheid zo belangrijk is (HET IS EEN VERSCHRIKKELIJKE SCHANDE DAT HET WOORD REPRODUCEERBAARHEID IN GEEN ENKELE SCHOOLBOEK STAAT - ZOWAT EEN JAAR WAS IK BEZIG ONRUSTIG STOLLEND (WEGENS CO2-OVERSCHOT) STAAL IN HET LAB REPRODUCEERBAAR TE LATEN STOLLEN). Dat je dan soms uit die reproduceerbare experimenten een regeltje kunt halen, zoals p.V = constant bijvoorbeeld. En dan zou er iets aan wetenschapsgeschiedenis bij moeten. (EN IN DE LERARENOPLEIDING ZOU DUIDELIJK MOETEN WORDEN GEMAAKT DAT TECHNIEK WEINIG TOT NIETS MET NATUURKUNDE TE MAKEN HEEFT IN TEGENSTELLING TOT WAT ZEER VELE OELEWAPPEN IN NATUURKUNDE-LAND DENKEN)

    Dat is alles.

    In mijn Edutopia zou zeker een verdieping van 2 worden aangeboden, als keuze waar 'slimme', belangstellende leerlingen naar toe gelokt zouden worden. En natuurlijk zou er een baaierd aan meer wetenschappelijke verdiepingsmogelijkheden binnen en buiten school beschikbaar zijn."

    Dinsdag 11 December                        Catch 22

    Klaar is Kees. Het destructiebedrijf Dijsselbloem heeft zijn werk gedaan. Iedereen heeft iedereen de schuld kunnen geven. Gezamenlijk wentelen wij ons in Nederlandse onderwijswroeging. Straks komt het rapport van de parlementaire onderwijscommissie. We weten al wat er in staat.
  • De onderwijsvernieuwingen zijn mislukt
  • Het Nieuwe Leren is slecht

  • De onderwijsvernieuwingen zijn mislukt. Dus mogen er geen nieuwe onderwijsvernieuwingen komen. Iedereen weet dat het vmbo leidt tot een tweedeling in de maatschappij. De aansluitproblemen die opgelost zouden worden met de vernieuwde tweede fase, zijn alleen maar groter, beweert men. Maar we doen er niets aan. Voor eeuwig, voor ALTIJD, zullen we zijn opgezadeld met het vmbo en de tweede fase. Want we willen nooit, NOOIT meer onderwijsvernieuwingen.
    Het Nieuwe Leren is slecht. En dus gaan we terug naar het Oude Leren. Geen projecten meer, geen gegoogel. Dalton scholen worden op straffe van sluiting verplicht hun Dalton-uren af te schaffen. Het profielwerkstuk wordt afgeschaft. Alle computers moeten worden verkocht (en zullen een plekje vinden op de slaapkamers van de jongere broertjes en zusjes van de leerlingen). White boards en overheadprojectoren de school uit. Gewoon: een schoolbord en krijtjes (gekleurd mag), liever banken dan stoelen en losse tafels opgesteld in rijen. Opletten en "jij daar, houd jij ook even je snavel?" En de docent vertelt, betoogt, legt uit, bezweert, maakt grapjes, ontroert, predikt en houdt orde. De klas zwijgt tot de bel.
    En zo heeft Verbrugge zijn zin. Het Nederlands onderwijs heeft zich met behulp van het parlement in een verlammende Catch 22 gemanoevreerd.
    Zum kotzen.

    Donderdag 29 November                        Chavannes

    Begin November schreef Chavannes een column over onderwijs in de opiniebijlage van NRC/H. Ik schreef hem een reactie. Hier is zijn tekst gevolgd door mijn reactie:

    Een gezellige huiskamer in Houten, een fikse voorstad van Utrecht. Twintig Nederlanders eten griesmeel en drinken dessertwijn. Zij komen van Amsterdam tot Achterveld, zijn autochtoon, veertigers en vijftigers, de meesten werkzaam in het onderwijs, van basis- tot hbo. En zij maken zich grote zorgen over het onderwijs in Nederland. Bovendien zijn zij bang.

    Het lijkt hier wel zon verzetsgroep als in de film De Overval. Ieder moment kan de voordeur worden ingetrapt, zegt een docent uit het middelbaar beroepsonderwijs. Hij wil niet met zijn naam in de krant, maar hij ervaart de bijeenkomst als een hart onder de riem. Hij is niet de enige. Mensen met liefde voor het onderwijs. Geen klagers, merken zij tot hun eigen verrassing. Maar wel ten einde raad.

    Bang zijn om kritiek te uiten. In Nederland. Bang voor de schoolleider, bang voor het bestuur. Kijk maar naar Gemert, waar de rector van het Commanderijcollege de ervaren leraar geschiedenis H. Giebels midden september schorste nadat deze in het Eindhovens Dagblad een weerwoord had geschreven op s rectors onderwijsproclamatie in dezelfde krant .

    Als voorzitter van het college van bestuur schreef rector M. van Diesen een opmerkelijk stuk. Onder de kop Mooie woorden, maar slechte ideeën zette hij de Tijdelijke Commissie Lerarentekort (commissie-Rinnooy Kan) weg als rechtse denktank en de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) als reactionair. Om zijn visie samen te ballen in deze zin: De docent die alleen als wiskundige of classicus bezig is achter de gesloten deur van zijn lokaal, is een risicofactor voor ons onderwijs.

    In antwoord op Kamervragen over de zaak zei minister Plasterk dat het een arbeidsconflict was, waarin hij geen rol had. De docent mocht deze week weer aan het werk, maar met een spreekverbod. Die sovjetpoging tot reputatiebeheer door het bestuur alleen al had de minister ertoe kunnen brengen iets verder te gaan. Bovendien gaat het conflict in Gemert over de centrale onderwijsvraag in dit land: blijven we centraal gedicteerde onderwijsmodes doordrukken of wint het inzicht dat je alleen geïnspireerde en inspirerende docenten voor de klas krijgt als zij goed zijn opgeleid en serieus worden genomen, binnen een school waar gedacht mag worden.

    De onderwijsmensen in Houten, donderdag bij elkaar op een natafelavond van Beter Onderwijs Nederland, liepen over van voorbeelden van extra werk dat zij sinds jaar en dag doen, en met liefde. Dyslexie, dyscalculie (moeite met rekenen), ADHD, allochtonen met taalachterstanden, zij hebben zich er niet door uit het veld laten slaan. Waar zij de laatste tijd wanhopig van worden is de van boven opgelegde vondst van het competentiegericht leren.

    Straks krijg je een verpleegkundige aan je bed die is afgestudeerd als zorgregisseur, maar geen bloeddruk kan meten, voorspelt een ervaren opleider van verpleegkundigen. De rector uit Gemert wil docenten salariëren op kwaliteitsniveau, maar niet vanuit wiskunde of Grieks, maar vanuit kwaliteiten als samenwerken, gedifferentieerd werken en vernieuwend werken. Een in Houten aanwezige basisschooldocent vertelt dat bij hem op school sinds de invoering van het realistisch rekenen ouders moet worden gevraagd hun kinderen niet meer te helpen,want zij kennen de nieuwe methode niet en leren de kinderen rekenen zoals dat vroeger ging.

    Een andere docent, die bevoegd is in drie vakken, verzucht tegen het eind van de avond dat hij de strijd bijna opgeeft. Hij zou nog een jaar of twintig meekunnen, maar de eindeloze serie opdrachten van het management die neerdaalt op de docenten heeft hem murw gemaakt. Loyaliteit aan het systeem wordt hoger gewaardeerd dan goed lesgeven. De in essentie totalitaire invoering van steeds weer nieuwe didactische vondsten roept een sfeer van weerzin op, smeulend verzet.

    Hoe anders was de sfeer dinsdag in De Rode Hoed in Amsterdam. De Nieuwe Schoolstrijd, debat over de veranderende rol van leraar, manager en politiek heette de avond. Het klonk wervend maar van enige strijd was niets te merken. Het bleek te gaan om de presentatie van een boek (Van wie is het onderwijs?) waarvan de auteurs menen dat al het geklaag over bureaucratie en schaalvergroting in het onderwijs schromelijk wordt overdreven. Zij hadden een paar managers met dienstautos op de gracht die het daar roerend mee eens waren.

    Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-Raad, spande de kroon met een vlottig verhaal dat erop neerkwam dat je twee soorten docenten hebt. Het ene dat meent koning in de klas te zijn. En het andere (favoriete) soort dat meegaat met de uitdagingen van vandaag. Die laatste wil worden ingekaderd door de nieuwe ontwikkelingen. Kortom, trouwe soldaten van de revolutie.

    Staatssecretaris Van Bijsterveldt spaarde de kool en de geit. Veel over rust in de tent en het lerarenberoep als teamwork. De recent vergrote autonomie van scholen loopt nu al vast op vragen over de kwaliteit van het onderwijs, waarschuwde zij. Geen seconde leek het in haar op te komen dat die kwaliteit misschien niet het gevolg is van te veel autonomie maar van te veel opeenvolgende golven van planeconomisch doorgevoerde didactische grillen.

    Nee hoor, zeggen de modernisten, het is allemaal vrijwillig ontstaan, in reactie op vraag uit het onderwijs en uit de markt. Lees rector Van Diesen nog even na in het Eindhovens Dagblad. Lees mee op het lezersforum van Beter Onderwijs Nederland, waar sinds een jaar een Meld- en Steunpunt Intimidatie is geopend. Dat wordt overspoeld door principiële docenten die bang zijn voor hun hachje.

    De smeulende veenbrand van verzet tekent de ongelijke strijd. Bestuurders hebben de macht. Docenten met kennis van zaken en zelfrespect vechten niet voor de idiote autonomie die hun wordt aangewreven. Zij vechten voor onderwijs dat wat voorstelt. Ouders en leerlingen zouden die strijd massaal moeten steunen. Bewindslieden en Kamer zouden de parlementaire enquête inzake de vorige vernieuwingen moeten aangrijpen om eindelijk los te komen van de collectieve angst om niet modern te lijken.

    We kunnen leuk Theo Thijssens De Gelukkige Klas bij duizenden weggeven in de bibliotheken, maar als kinderen op school niet mogen leren schrijven en lezen, dan is het geen verrassing dat de heruitgevers al op de eerste bladzijde een alinea zijn vergeten. In teamverband overheen gelezen.


    Mijn reactie:

    Geachte heer Chavannes

    Als men zelf geen opinies kan maken, rest slechts de opinies van de opiniemakers te beïnvloeden. Ik wil uw opinies over onderwijs veranderen, daarom schrijf ik u. Aanleiding is vooral uw column "Het smeulend verzet in onderwijsland'. Een collega schreef: "Aan de ene kant gaat Chavannes wel wat erg gemakkelijk met de BON-mensen mee, zonder te denken over de vraag of je met de autonome leraar van vroeger de opgaven waar het onderwijs nu voor staat, wel aankunt. Aan de andere kant, die rector van het Commanderij heeft inderdaad iets volstrekt idioots en contraproduktiefs uitgehaald en teveel managers - daar hebben leraren wel een punt - zijn slecht in staat hun team mee te laten denken, laat staan ze zelf te laten nagaan wat er aan de hand is, en leggen uit gebrek aan vertrouwen maar van alles en nog wat op. Kortom, Chavannes' beeld dekt bij wijze van spreken de halve werkelijkheid (of daaromtrent), en dat zal wel vaker voorkomen." Een collega? Ja, een gepensioeneerde meneer die nog steeds actief is in en zich druk maakt over onderwijs, net als ik. Ik denk dat - met inachtneming van wat mijn collega zegt (een erg verstandige man) - 'Chavannes' beeld' minder dan de halve werkelijkheid dekt. Waar begin ik?

    “... waar de rector van het Commanderijcollege de ervaren leraar H. Giebels midden september schorste nadat deze in het Eindhovens Dagblad een weerwoord had geschreven op 's rectors onderwijsproclamatie in dezelfde krant” Stom van die rector. Maar vreemd? Nee, natuurlijk niet. Welke werknemer in welke organisatie haalt het in zijn hoofd zijn meerderen in de krant te bekritiseren. Ziet u zich een "opklaringen" schrijven waarin U de buurvrouw Birgit Donker uitlegt dat het redactiebeleid niet klopt. Ziet u ooit een brief van een welmenend ingenieur die uitlegt dat zijn werkgever verkeerde investeringsbeslissingen heeft gemaakt? Nee, natuurlijk niet. Laat ik u een confessie doen. Stikjaloers was ik in de jaren '70 op Gunter Walraff die de ellende van het bedrijfsleven opschreef. Nee, dat kon ik me als bedrijfsingenieur niet permitteren. Een aantal jaren later kon het wel, bleek me. Toen was ik in het walhallah van het onderwijs terechtgekomen en kon ik als gewone leraar zo maar week in week uit in de krant schrijven wat ik ervoer in mijn baan. Jazeker, enige prudentie tegenover mijn omgeving was noodzakelijk. Maar ik heb de randen opgezocht en ik kon heel ver gaan. "Bang zijn om kritiek te uiten." Sommige leraren wens je toe dat ze eens in de rest van de wereld zouden kunnen rondkijken, dat ze eens kennis zouden nemen van de grotemensenwereld. (Ik stond 25 jaar voor de klas.)

    Wanneer bent u voor het laatst in een school, een gewone school, geweest? Nee, niet op een ouderavond, gewoon als al dat volk in de klas zit. De vloedgolf aan modern onderwijs zal dan blijken een kabbelend beekje te zijn.

    U heeft het over managers. Ik neem aan dat hiermee wordt bedoeld alles tussen brugklasleider en de voorzitter van OMO. De managers zijn (helaas?) bijna allemaal eerst leraar geweest. In het stikbenauwde wereldje dat een school kan zijn, als je de leerlingen vergeet, lopen velen met rancune rond: al degenen die geen manager werden. Het is begrijpelijk: op weinig plaatsen is het zo moeilijk van baan te veranderen als in het onderwijs. De hoog oplopende frustraties zult u, die zich van het ene naar het andere continent begaf, moeilijk kunnen vatten.

    "De in essentie totalitaire invoering van steeds weer nieuwe didactische vondsten" - "centraal gedicteerde onderwijsvondsten", ik zou ze ook niet lusten, maar het heeft niet zoveel met de werkelijkheid te maken. De "didactische grillen" zijn geen grillen maar zich uiterst traag ontwikkelende gedachten over hoe je beter onderwijs kunt geven (net zoiets als betere auto's, kranten of ziekenhuizen) zijn niet "planeconomisch doorgevoerd". (Wees op uw hoede: competentiegericht onderwijs gaat over wat wordt geleerd, niet over didactiek, over hoe wordt geleerd.) Naar aanleiding van een vreselijke column schreef ik Zwagerman: Misschien verzucht u dat de overheid het Nieuwe Leren heeft gestimuleerd. Dat is een beetje waar. Wat de overheid stimuleert wordt echter lang niet altijd door het onderwijsveld overgenomen. Zo wilde de overheid zo graag literatuuronderwijs ingevoerd zien. Het is niet gelukt. En daarmee is de kans verkeken dat in een schoolbibliotheek behalve Zwagerman ooit ook Dostojevski en Garcia Marquez te vinden zijn. Ik ben zo stom geweest om hem niet duidelijk te maken waarom Dostojevski en Garcia Marquez nu niet in schoolbibliotheken staan. Daar staan namelijk alleen Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse boeken. U snapt wel waarom.

    Er waren natuurlijk al tientallen jaren oude vormen van 'nieuw leren' zoals Montessori, Dalton, Jenaplan, probleem gestuurd onderwijs. Dat de stimulans van de overheid tot 'nieuw leren' - vooral verwoord door de zo verguisde Clan Visser 't Hooft - op aardig wat plaatsen werd overgenomen, toont alleen maar aan dat de nood echt hoog was, dat op veel plaatsen mensen dachten: we moeten het anders, beter doen. In tegenstelling tot het modieuze gepraat is er geen maatschappelijke activiteit zo conservatief als het onderwijs. Het was dus echt, hoog, heel hoog tijd dat er wat ging veranderen. Ik wil niet teveel beslag leggen op uw en mijn tijd en zal dit niet gaan beargumenteren. Ik wil nog wel toevoegen dat de aardige en uitstekende leraren (niet ironisch bedoeld) waarover u schrijft, na 20, 30 jaar dezelfde bezigheden te hebben uitgevoerd, ongelofelijk in de war komen van de veranderende buitenwereld die ook hun lokaal binnendringt. Nu de onderwijskar een beetje in beweging komt, wordt hier en daar fors geblunderd maar laten we blij zijn dat al behoorlijk oude inzichten over onderwijs op een aantal plaatsen worden ingevoerd.

    Laat ik 4 voorbeelden noemen van 'nieuw leren' die niet zijn opgelegd:
    1 Jan, tegen de 60 na een tijd thuis wegens een burn-out, tref ik aan in het computer lokaal waar hij enthousiast tussen zijn leerlingen loopt, die achter de computer zelfstandig Duits zitten te leren. Nee, collega Annemarie (ook leraar Duits) staat nog steeds voor de klas. Als je ziet hoe software het leren van een taal kan bevorderen, zou je wensen dat de directie Annemarie aan zou spreken en zou zeggen: "we adviseren je dringend dat nieuwe spul te bekijken en invoering te overwegen."
    2 Het open onderzoek bij natuurkunde bedacht door leraren, parttimers aan de universiteit Nijmegen, en met open armen door "het veld" ontvangen, lang voor de invoering van de tweede fase.
    3 Het Technasium, bedacht ergens in Groningen door leraren aan de keukentafel en nu als een vuurtje zich verspreidend door het land.
    4 In het basisonderwijs schakelen veel scholen tot genoegen van velen (en tot ongenoegen van anderen?) over naar ontwikkelingsgericht onderwijs - een term die waarschijnlijk slechts een enkele ambtenaar ooit heeft uitgesproken en waar u misschien nooit van heeft gehoord.

    Maar dat is helemaal niet erg. U en ik weten ook niet wat voor ingrijpende zaken op alle mogelijke plaatsen in het bedrijfsleven plaatsvinden: automatiseringsprocessen, reorganisaties, herziening van productiemethodes, enzovoorts die steeds weer voor ontwrichting van het beroepsleven van mensen betekenen. Het is prima dat de buitenwacht zich niet bemoeit met dat soort processen. De bemoeienis van de buitenwacht zou waarschijnlijk alleen verstorend werken. Dat doet de buitenwacht nu wel, bij het onderwijs.

    De BON, wat een vreselijke club. U weet wellicht dat op weinig arbeidsplekken zo hard werd en wordt gekankerd op de meerderen als in het onderwijs. Ik heb er zelf flink aan meegedaan. Ik zou u in dat verband graag vertellen over mijn directeur Johnny Jones in 1964 in Uganda. Verklaringen voor dat eeuwige gekanker? De erg platte organisatie (weinig managers!), de onmogelijkheid om van baan te veranderen, de geringe noodzaak voor en geringe vaardigheid van een docent om met volwassenen te onderhandelen en compromissen te sluiten. De BON lijkt me toch vooral te floreren als uitlaatklep voor ongenoegens van vooral oudere docenten, een daarvoor nuttig instituut dus. Het niveau van de analyses van de BON heeft een beklagenswaardig geringe diepgang.

    Het is daarom heel vervelend dat Marc Leijendekker zo gecharmeerd is van "de filosoof" Ad Verbrugge, die regelmatig 1, soms 1 ½ opinie pagina in de NRC mag vullen. Opinies kunnen gemaakt worden. En dat kan deze Verbrugge. Ze hebben een hoge zuurgraad en passen daarom goed in de negatieve sferen van hedendaags Nederland. Andere commentatoren doen hun duit in het zakje en gaan dezelfde kant uit, zoals u, Zwagerman, Prick en nog enkelen. En hup, daar gaat heel Nederland, hollend achter de mensen die heel hard "het is een schande" roepen. Tot zelfs een parlementair onderzoek toe. Merkwaardig dat het parlementair onderzoek niet gaat over de fusiegolf bewerkstelligd door Wallage, die van meer belang, veel meer belang was en is, dan de zogenaamd mislukte basisvorming en de vernieuwde tweede fase.

    Weet u wat ik zo stom vind? Dat ongeveer tijdens de oprichting van de betreffende commissie het onderwijsministerie een maatregel neemt, die over 5 jaar tot een parlementair onderzoek kan leiden: de verlenging van de leerplicht. En niemand, helemaal niemand die dat signaleert. De belangrijkste overweging achter deze maatregel, iedereen een startkwalificatie, is gebaseerd op het oeroude linkse denken dat de onderkant van de maatschappij kan worden afgeschaft. Het is dus net zo'n miskleun als de basisvorming indertijd. Dat de steeds maar groeiende schooltijd, geholpen door deze maatregel, jonge mensen ongelukkig maakt en een belangrijker bijdrage voor de geringe arbeidsdeelname is dan de vroege pensioenen, nee, dat schijnt niemand door te hebben. Ondertussen leidt deze maatregel tot een verdere vergroting van het lerarentekort.

    In het onderwijs zijn zaken aan de gang die belangrijker zijn dan wat de BON roept. Ik noem er twee.
    1 Wat is het teleurstellend dat ik nog geen commentaar las, positief of negatief, op het geweldig goede stuk van Rinnooy Kan over de maatschappelijke tweedeling die veroorzaakt wordt door het huidige onderwijsstelsel. Tja, het staat haaks op de ambachtsschool van Verbrugge en het gezag van Rinnooy Kan aanvallen doe je niet zomaar. (Ik schreef een positieve reactie van 600 woorden, maar kreeg van de opinie redactie een paar honderd woorden als ingezonden brief. Die brief bestond dus uit slechts kreten.)
    2 Veel 'managers" hebben zich ten onrechte na de invoering van de lumpsumregeling laten verleiden tot een salarisverlaging van 2 loonschalen van eerstegraads leraren. Deze geldt niet voor zittende docenten. Daarom klagen de BON-ners er niet over. Het is een maatregel te vergelijken met de HOS-nota van jaren her waar Prick nog steeds over schrijft.

    Hierover schrijven lijkt me relevanter dan over het gesputter van wat oudere onderwijsmensen.

    Ik raad u aan om Edutopia te lezen. Het is niet zo dik. Er zwerven twee exemplaren bij de onderwijsredatcie. Tijdens het schrijven heb ik een flink aantal ontdekkingen gedaan. Het is een goed boekje, al zeg ik het zelf.

    Dinsdag 23 Oktober                        Heterogeen

    Tegen tweedeling in de maatschappij en voor de ontwikkeling van de talenten van alle kinderen is heterogeen voortgezet onderwijs noodzakelijk. Rinnooy Kan heeft gelijk.

    Er is meer nodig. Laten we stoppen met geklaag over slecht rekenen, niet genoeg wiskunde, te weinig les en de roep om meer toetsen. Onbekookte inzichten zoals "50% hoger opgeleid", een leerplichtverhoging tot 18 jaar, de nadruk op de startkwalificatie en gepraat over de kenniseconomie zijn slecht voor het onderwijs. Is het onderwijs er voor de economische groei? We willen toch vooral een vredige, harmonieuze samenleving?

    Volgens de waan van de dag is het Nederlandse onderwijs in een deplorabele staat. Het is niet zo. Het onderwijs wordt opgezadeld met de enorme groei van het bevolkingsdeel van buitenlandse afkomst en lijdt onder slecht beleid voor de mensen die onderwijs geven.

    Er is de waan dat er teveel veranderd is in het onderwijs. Het onderwijs is minder veranderd dan de omringende wereld. Het onderwijs heeft geen last van teveel veranderingen maar van stagnatie.

    Laten de vermaledijde onderwijsmanagers, meestal bevlogen, deskundige pedagogen, zich over dit soort zaken uitspreken in plaats van zich te verschuilen.

    Rinnooy Kan constateert dat instelling van het vmbo en de fysieke scheiding van dit onderwijs van havo- en vwo-onderwijs kwalijke gevolgen heeft. Dat is een hard gelag. Als echter een stelselwijziging verkeerd uitpakt, dan moet niet worden gepapt en nat gehouden. Dan is opnieuw een stelselwijziging nodig. Het voorstellen van zo'n stelselwijziging vereist politieke moed.


    NRC/H nam bovenstaande tekst als brief op vandaag. Het was een op verzoek van de redactie door mij tot 244 woorden ingekorte versie van een stuk van zo'n 600 woorden. De eerdere versie bevatte de nodige argumentatie.

    En in dezelfde krant stond dat er nader bewijs is dat de cultuur van chimpansees niet genetisch vastligt maar kennelijk wordt geleerd. Een extra argument voor Edutopia.

    Zondag 21 oktober                        Onder de douche

    Het was niet eerlijk. Engeland verloor in de rugby wedstrijd tegen Zuid-Afrika wegens enkele zeer discutabele beslissingen van de scheidsrechters - nou ja, ik zag maar een stukje. Ik ben niet geschikt voor rugby: verkeerd lijf en veel te bang. Ik speelde korfbal. Toen was korfbal nog gewoon, in de vijftiger jaren. Het werd veel beoefend in 'achterstandswijken' die toen nog achterbuurten heetten. Drie vakken - 12 spelers per team, 6 jongens, 6 meisjes.

    Er gold de regel, dat gericht schieten op het dooel, de korf dus, fout was. Niet verboden, maar fout, onethisch, afkeurenswaardig. Jaren later, ik speelde al heel lang geen korfbal meer, werd het een bestrafbare overtreding. Ik heb dat altijd heel spijtig gevonden.

    Langzamerhand begrijp ik waarom dit zo spijtig was. Dat leg ik nu uit. De wedstrijden bij groepssporten zijn de allerfraaiste illustratie van het verschijnsel binnenmoraal en buitenmoraal, zie de bijdragen hieronder op 5 en 8 september. In de wedstrijd is de tegenstander de vijand, de soortgenoot die niet tot de eigen groep behoort. Het eigen team is de eigen groep met alle bijbehorende verplichtingen onderdeel uitnmakend van de binnenmoraal. In de spelregels staat niets over gedrag tegenover de teamgenoten. Dat gedrag zal automatisch goed zijn. Dat gedrag ligt genetisch vast: loyaliteit.
    De vijand is geen echte vijand. Het is tenslotte maar spel. Terwijl het spel zich voltrekt, weet iedereen: dit is geen echte oorlog. Maar we zijn voor deze strijd-die-geen-echte-strijd-is niet genetisch geprogrammeerd. Er zijn dus spelregels, regels van het spel, om het onderscheid met echte strijd te behouden. De regels worden gehandhaafd door een scheidsrechter, een belangrijke culturele uitvinding.
    Waarom was korfbal toen, in de vijftiger jaren, zo bijzonder? Op basis van fatsoen werden we verondersteld spelregels te handhaven. Dat betekende dat een enorme culturele sprong voorwaarts werd gemaakt. Verondersteld werd dat spelers zo goed buitenmoraal hadden geleerd dat ze in een situtaie die erg veel op echte strijd leek, zonder sancties de tegenstander zouden ontzien. Heel tegennatuurlijk, maar wel heel fatsoenlijk.

    Dinsdag 16 oktober                        Brief

    Geachte heer Plasterk
    Het verslag over uw gesprek met de heer Dronkers in NRC/H van afgelopen zaterdag heb ik met genoegen gelezen. "Kluitjesvoetbal": een prima omschrijving voor het gehol achter elkaars ideeën, op dit moment kennisoverdracht en toetsen.
    U zou zo graag onderwijskundige theoriën zien die evidence-based zijn. Dat wordt lang zoeken, ben ik bang. Er zijn aardig wat onderwijskundige hoogleraren maar onderwijskunde is geen wetenschap, niet zo'n soort wetenschap zoals u die beoefende en die ik een klein beetje ken.
    U bent zo'n harde wetenschapper, zoals uw collega-columnist Borst bijvoorbeeld er ook één is. Daarom was ik niet alleen maar enthousiast, toen u werd benoemd. Die stevige wetenschappers zoals u denken dat je zonder wetenschap niet veel verstandigs kunt beweren. Het is wellicht dienstig nog eens op te merken dat zowat alle kennis tot een jaar of 200 geleden geen wetenschappelijke grondslag had, dat mensen dus 100 of 200 duizend jaar hebben geleefd zonder wetenschap. Het onderwijs schoeien op wetenschappelijke grondslag, dat is echt een (wetenschappelijke) denkfout.
    Om eerlijk te zijn: juist omdat onderwijs zo'n onwetenschappelijke bezigheid is, vind ik het zo'n aardige discipline. Je kunt er met weinig studie en huiswerk zinnige opmerkingen over maken. Echte wetenschap vergt meer inspanning. In onderwijsland is éénoog koning.
    Nog een kleine opmerking. Ik heb u mijn boekje Edutopia gestuurd met de hoop dat het op uw nachtkastje komt, zodat u dat inzicht over de onwetenschappelijkheid bijvoorbeeld ook duidelijk wordt. Dronkers heeft meer gewicht dan ik natuurlijk en een uitnodiging voor een gesprek zit er nauwelijks in. Het nachtkastje zal er ook niet van komen, ben ik bang. Maar toch zou het aardig zijn als de secretaresse van de taakgroepleider 'ongewenste stukken' binnen de afdeling 'vreemde correspondentie' van uw ministerie mij een briefje zou sturen waarin zij namens het gehele ministerie dank uitspreekt voor mijn donatie en dat aan het werkje adequate aandacht zal worden geschonken en dat zo daar aanleiding voor bestaat ik tezijnertijd een nadere reactie kan verwachten en dat zij met de meeste hoogachting verblijft.
    Als gebaar dus.

    Dinsdag 9 oktober                        Jonge talenten

    Jacqueline Kuypers die mij interviewde voor NRC/Handelsblad, zie de W&O-bijlage van aanstaande zaterdag, maakte me attent op de site http://www.talentenkracht.nl/ . Er staan een paar prachtige filmpjes op van jonge kinderen die hun talenten ten toon spreiden. Een goed initiatief, die site, ........ en bij de mensen erachter een redelijk groot aantal bekenden.

    Ach jee, wat zal men over 50 jaar smalend praten over de primitievelingen van rond 2000. We zullen worden geminacht omdat we niet inzagen dat de mensen die kleine kinderen begeleiden, de kleuterleidsters en de verzorgers in crèches, een voor de maatschappij ongelofelijk belangrijke taak hebben. We zullen worden geminacht omdat die mensen minder opleiding hebben en minder betaald krijgen dan bijvoorbeeld artsen.

    Vrijdag 5 oktober                        Parlementair onderzoek

    Van een ouderwets hoog podium liet Dijsselbloem zich biologeren door al die wijsneuzen daar voor beneden hem die soms na lang wachten in een microfoon mochten praten, vastgehouden door een guitig jongmens in kek streepjespak.

    Dit was de derde van drie hoorzitiingen door de Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen. Wat moet je er van zeggen? De parlementsleden keken niet of ze de stroom van diverse meningen begrepen. Verder was er chaos en hartkloppingen, het laatste als voorbereiding op het poneren van de eigen zoveel betere visies.

    Ik heb er toch nog wel iets geleerd. In de glasfabriek waar ik ooit werkte, was de doelstelling duidelijk: glas maken. Dat gaf richting aan de meningsverschillen. In het onderwijs is er niet die gemeenschappelijk onderschreven doelstelling. Daarom alsmaar die kakaphonie. Daarom dat ik nog steeds tevreden ben met mijn boekje. En daarom is dit initiatief http://www.waaromonderwijs.nl een wellicht nuttige activiteit.

    Zaterdag 29 september                       Toscane



    Van links naar rechts de lichtste van de drie tenoren, de begeleidende pianist, de regisseuse op de rug gezien, de mooiste van de drie sopranen, en de blonde sopraan met het kleine rolletje.

    We liepen op zondag, een week geleden, door Cortona en hoorden muziek door een openstaande deur. Een kwartier later zaten we bij de repititie van een eeuwen oude opera, uitgevoerd door zeven prachtige jonge, getalenteerde kunstenaars - op een rechte stoel pal naast de dirigent en tegenover ons op 1, 2 meter afstand die zangers. Het was zo mooi. Ze waren zo enthousiast.

    Zondag 15 september                       Meditatie

    "Het bewustzijn met zijn voortdurend veranderende stroom van gewaarwordingen, voorkeuren, gedachten en intenties heeft geen eigenaar die het geheel bestuurt.....
    De illusie van het geloof in een 'ik' moge van ons homo sapiens hebben gemaakt met alle voordelen vandien, maar is ook de diepere oorzaak van oorlog. Wanneer wij vrede vinden met de leegte, dan is de oorzaak van geweld verdwenen. Dit vereist een mentale training die vergelijkbaar is met de voorbereiding van een astronaut. Normaal gesproken voelt gewichtloosheid aan als een vrije val en dat geeft duizeligheid en angst. Via een training kan men het lichaam en geest laten wennen aan deze toestand. Gewenning aan de leegte van het 'ik' gaat verder: het is een bevrijding van een zware last. Het is de leegte zelf die de oplossing brengt. Durft men het aan om er in rust naar te kijken, dan ziet men dat het een stabiele ondergrond vormt voor ons bewustzijn. Om dit te doen is 'luxe moed' nodig, aldus Rilke, die van zich zelf zei dat hij het niet had. Het goede nieuws is dat het mogelijk is deze vorm van moed te ontwikkelen."


    Deze tekst staat in "Gevaarlijke ideeën - De belangrijkste denkers van nu over wat zij een gevaarlijk idee vinden." Nee, ik heb het boek niet gelezen. Via een uiterst onwaarschijnlijke route ontmoette ik de auteur van bovenstaande tekst, de wiskundige Henk Barendregt. Barendregt blijkt een autoriteit te zijn op het gebied van Oosterse mystiek. Ik bedoel het voor de westerling onduidelijke en enorme grote terrein van boeddhisme, waarbij het begrip meditatie centraal staat. Eindpunt van de meditatie, vermoed ik, is het bewustzijn dat het 'ik' niet bestaat. Het is een moeilijk te vatten maar interessante en mogelijk ware gedachte. In Edutopia zou meditatie een onderdeel moeten zijn van het curriculum, en dan in het bijzonder van het aandachtsgebied dat ik , o ironie, het 'ik' heb genoemd. Leerlingen zullen het eindpunt niet bereiken. Maar ze zouden wel op ontdekkingsreis naar hun innerlijk moeten gaan. Dat is belangrijker dan wiskunde.

    Donderdag 13 september                       Burundi




    Soms is het leven erg heftig. Het meisje op de foto heet Triphonie. Ze is een jaar of twintig. Ik fotografeerde haar anderhalf jaar geleden toen ik voor het Liliane Fonds (reis zelf betaald - om strijkstok verhalen meteen de kop in te drukken) Burundi bezocht. Geloof me, Burundi is erg arm. Een tien jaar voortdurende burgeroorlog werd circa 3 jaar geleden beëndigd. Triphonie viel als baby in het vuur met als gevolg dat ze een oog verloor en haar rechterhand niet meer bruikbaar is. Het Liliane Fonds probeert haar te helpen maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

    Geloof me, er is weinig in Burundi. Deze week kwamen hulpaanvragen van een andere plek in Burundi, van een centrum dat zwaar gehandicapte kinderen tracht te helpen. Het centrum is opgericht door een Indiase non. Natuurlijk vroeg ik naar informatie over het centrum. En in de uitstekende documentatie stond dit stukje tekst over onderwijs. Misschien ga ik het nog vertalen: Edutopia in Burundi.

    "Lors de cette scolarité, après avoir réalisé un bilan des acquis de l'enfant, nous avons comme objectifs de tenir compte de ses potentialités, de sa personalité et son comportement afin qu'ik acquière un maximum de compétences scolaires de base pour s'intégrer dans une vie sociale et professionelle active. Ces compétences visent des savoirs, être et savoir faire. La prise en charge de l'enfant dans saglobalité reste une priorité.

    Nous mettons l' accent sur une pédagogie de la réussite permettant à l' enfant de se sentir en sécurité et de développer une estime de lui-même, ce qui lui permettra d'augmenter son potentiel et de s'ouvrir aux autres dans un esprit de solidarité respectant les valeurs chrétiennes et citoyennes."



    De hand van Triphonie vóór de behandeling door Michel Brocard, die vier maal per jaar op eigen kosten onder ongelofelijk miserabele omstandigheden in Muyinga (N.O.Burundi) komt opereren.


    Zaterdag 8 september                     Binnen- en buitenmoraal

    Op de W&O-borrel van de NRC ontmoette ik Dirk Vlasblom, vroeger correspondent in Indonesië, een sombere observator. Hij ontstak in sympathieke woede toen ik de term tsunami-hotel gebruikte. In de krant van 1 september stond een goed artikel van hem over religie : "God, heer, baas - weg!" waarin hij Wout Ultee interviewde over de ontwikkeling van godsbeelden.

    "Als die machtige morele god pas in een laat stadium van de menselijke evolutie opkomt, waar moeten we dan het begin van de moraal situeren? Is er daarvoor geen moraal?"
    "De Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) zei: er is altijd een moraal, maar dat is meestal een binnenmoraal - goed doen voor de familieleden. Daarnaast heb je een buitenmoraal - goed doen voor allen in de samenleving. In de vroege stadia waarover Lenski het heeft, hebben samenlevingen wel een binnenmoraal, maar de generalisering van de moraal - goed doen voor iedereen, binnen en buiten de groep - is later gekomen. Of die nu zijn intrede heeft gedaan met de Tien Geboden van Mozes of met de christelijke leer van Paulus, is omstreden. In ieder geval is daar het onderscheid tussen binnen- en buitenmoraal aan het verdwijnen. Die universele moraal is ingebakken in godsdiensten." ..........
    "Religie blijft een flexibel fenomeen. Het ritueel verandert van vorm, maar de uitkomst is ongewis, of niet?"
    "De godsdienst is aan het vervallen, maar het onderscheid tussen binnenmoraal en buitenmoraal verdwijnt niet. Er zijn geen tekenen dat er een universele moraal ontstaat."


    Wat een prachtige woorden: binnen- en buitenmoraal. Om nooit te vergeten.Ik ben dus in het geheel niet in origineel. Maar dat is niet erg, want het is fantastisch zoals alle stukken op hun plaats vallen, mede door de bevestiging van anderen.
    Laat ik het kort opsommen:
  • Er is een binnen- en een buitenmoraal (Weber).
  • De binnenmoraal ligt gedeeltelijk genetisch vast (de Waal) maar is ook cultureel bepaald.
  • De buitenmoraal is een menselijk verschijnsel, ontstaan na het jager/verzamelaar tijdperk (Lenski) die niet genetisch vastligt.
  • De buitenmoraal moet dus steeds weer aangeleerd worden.
  • Het is dus heel terecht dat ik in Edutopia een onderscheid maak tussen "de naaste" en "de samenleving".

    Woensdag 5 september                    Jager/verzamelaar

    Laat ik proberen een onderdeel van het curriculum van Edutopia nader uit te leggen.
    Ik doe dat met behulp van deze foto.

    Wat moet de kleur zijn van het schijnbaar witte shirt?



    Heel goed: groen natuurlijk. Deze speler wordt aangevallen en hoort dus bij de 'andere' partij. Op de achtergrond zijn spelers met een groen shirt te zien. Dat is dus de andere partij, de tegenpartij. Alleen de tegenpartij wordt aangevallen. Met iemand van het eigen elftal gaat een voetballer niet de strijd om de bal aan. Ook al denkt hij beter te kunnen voetballen. Dat doen op zijn hoogst pupillen 12k.

    De jager/verzamelaar, de mens waarmee wij genetisch identiek zijn, leefde waarschijnlijk in groepen. Strijd binnen de groep was schadelijk voor alle leden van de groep. Hier heerste solidariteit, min of meer. Gedragsonderzoek bij mensapen toont ditzelfde gedrag. De leden van de groep hadden elkaar nodig voor de voedselvoorziening. Een ontmoeting met andere groepen kon leiden tot strijd. De andere groep was een concurrent in de voedselvoorziening en vormde dus een bedreiging.

    In voetbal worden deze ontmoetingen nagespeeld, denk ik. De leden van een team zijn solidair en vallen elkaar dus niet aan. De tegenstander mag, nee moet, wel worden aangevallen, binnen de regels. Ieder mens ziet dat de man in het wit gemaakte shirt dus de tegenstander moet zijn van die in het gestreepte shirt.

    In Edutopia bestaat de kern van curriculum uit drie aandachtsgebieden: het ik - de naaste - de samenleving. De omgeving heb ik opgesplitst in twee delen: de naaste en de samenleving. Vergelijk de naaste, de bekende, met de leden van de eigen groep. De samenleving, dat zijn de onbekenden, leden van andere groepen. Het nastreven van eigenbelang in de samenleving achten velen respectabel. Het nastreven van eigenbelang in de eigen groep is dat juist niet. De man die staat af te dingen in de winkel, toont gedrag tegenover een niet-groepslid. Des avonds zal hij zijn vrouw zeggen: "Nee, neem jij dat stukje chocola maar."

    Wat raar, wat vanzelfsprekend, waarom heb ik dit niet eerder begrepen?

    Zaterdag 31 augustus                     Dr Phil

    Op bezoek kregen wij twee kopjes koffie, een plakje cake, naar keuze één of twee glazen wijn, enkele blokjes kaas en/of schijfjes komkommer. En toen gingen we naar huis. Zo hoort het. Zo is het goed.

    Vroeger ging men ter kerke om te horen hoe het hoort. Nu kijken we naar de tv. Het barst van de programma's waarin wordt besproken hoe het hoort. Actualiteitenrubrieken leggen uit welke mensen waar en op welke wijze dingen doen die niet horen. "Mijn vrouw, jouw vrouw" gaat over hoe het hoort. Amerikaanse sitcoms tonen mensen die niet weten hoe het hoort en anderen die ze daar komisch op attent maken. In politieseries en aanverwante programma's wordt het eerste soort op een minder vriendelijke manier attent gemaakt op het verkeerde gedrag. Oprah vertelt hoe het hoort: afslanken, opmaken, onderwijzen, emanciperen. Maar het beste programma in deze categorie is toch wel Dr. Phil. Het is een PRACHTIG programma. Mensen die zich niet goed gedragen, krijgen uitgelegd hoe het hoort en wat zij moeten doen om wel te doen zoals het hoort. Soms krijgen zij hulp om dat te leren. De kijker krijgt werkenderweg een oordeel over zijn gedrag. Is het goed, dan is het goed. Is het fout, dan weet hij wat hem te doen staat.

    Ik smul. Vele volwassenen, van wie het gedrag al volledig is vastgeroest, van wie het gedrag vrijwel onveranderbaar is geworden, smullen. Wel, kinderen, leerlingen vinden het ook heerlijk. Heel graag luisteren, praten en denken ze over hoe het hoort. Daar gaat de pauze toch over? Die gaat toch over A die kwaad, B die stom en C die slecht gekleed is. Zij weten nog niet hoe het hoort. Zij moeten dat leren. Leren hoe het hoort, dat is socialisatie. Daarom moet er meer socialisatie in het onderwijs.

    Woensdag 29 augustus                    De Bili aap

    Ten Noorden van het dorp Bili in Congo Kinshasa (voormalig Belgisch Congo), heeft een jonge onderzoeker in een groot stuk ongerept oerwoud een grote groep chimpansees ontdekt. DNA-onderzoek toont aan dat dit gewone echte huis-tuin-en-keuken chimpansees zijn. Hun gedrag blijkt echter sterk af te wijken van dat van andere chimpansees. Ze kraken alle mogelijke voedselbronnen open zoals slakken, vruchten en schildpadden, en verblijven meer op de grond. Zo is het percentage nesten op de grond veel groter dan normaal.

    Het toont aan dat ook bij beesten sprake is van culturele verschillen. Ik vind het een bevestiging van mijn (waarschijnlijk niet zo originele) beweringen over de grote veranderlijkheid van de menselijke cultuur. En als die cultuur zo veranderlijk is, dan is er dus noodzaak de bestaande cultuur te behouden dan wel zich te laten ontwikkelen in een gewenste richting. Dat vraagt dus ander onderwijs.

    Het zou aardig zijn als lezers het verband zouden zien met andere nieuwsberichten, bijvoorbeeld die over het onmatige alcoholverbruik onder jongeren. Het is een voorbeeld van een ongewenste culturele ontwikkeling.

    Heel wat keren sprak ik in de klas over het ongewenste gezuip, tot ongenoegen van vooral de heren. Misschien moet het anders. Maar juist een dergelijke sturing van de cultuur behoort het onderwijs te verschaffen. Of betekent dit een vrijbrief voor scholen die fascisme, extremisme, nationalisme en andere fanatismen willen prediken?

    Maandag 20 augustus                    Ras

    In het tv-programma Zomergasten sprak Luyendijk alweer een week geleden met een (vrouwelijke) Belgische hoogleraar die onder andere van genetica heel veel afweet. Omdat zo weinig Vlamingen trouwen met Nederlanders of Walen, is Vlaanderen een relatief gesloten genenpool, zo merkte ze op. Waarom trouwen Vlamingen zo zelden met Nederlanders dan? Tja, verschillende zeden en gewoonten, verschillend gedrag. Zou dit verschil in gedrag dan genetisch kunnen zijn? Nee, gedrag was toch vooral door opvoeding bepaald.

    Op dit moment raast orkaan Dean door de Caraiïben. Met verbazing constateerde een CNN-verslaggeefster dat op straatarm Haïti ("with an income of less than 1 dollar a day") mensen nauwelijks maatregelen namen om dreigende verwoesting te beperken. Een paar straatbeelden die werden vertoond deden me heel erg denken aan Kameroenese steden, die ik twee maanden geleden zag: chaos. Hoe is het toch mogelijk dat daar in Haïti 'onder de rook van' de Verenigde Staten een eiland ligt met een maatschappij net zo primitief, net zo arm en net zo chaotisch als sub-Sahara Afrika?

    De Afrikaanse maatschappij toont een onvermogen om zich tot meer welvaart en welzijn te verheffen, ik kan het niet anders analiseren. Tijdens deze laatste Kameroenese reis concludeerde ik dat dit onvermogen voortkomt uit de opvoedingstradities: in Afrika wordt met kleine kinderen niet gespeeld, kleine kinderen worden niet voorgelezen, geprikkeld tot activiteit. Zeker worden ze liefdevol behandeld, misschien zelfs met meer liefde dan in de Westerse wereld. De Afrikaanse vrouw WEET wanneer de baby op haar rug moet plassen. Onzindelijkheid is daar geen probleem. Luiers worden er niet gebruikt. Het verschil tussen de Afrikaanse en Westerse maatschappij kan zo teruggevoerd worden op een verschil in nurture. En daarom zou Edutopia juist in Afrika moeten worden ingevoerd.

    Maar stel eens dat Luyendijk's vraag WEL positief beantwoord moet worden. Stel dat genetische verschillen, nature dus, gedragsverschillen veroorzaken, die resulteren in de grote verschillen in de ontwikkeling van de maatschappij tussen bijvoorbeeld Thailand en Kameroen. Wat dan? Stagneren Haïti en Kameroen in hun ontwikkeling vanwege de genen van de beide zwarte bevolkingen? Het zijn beangstigende gedachten die me al jaren bestoken.

    Zondag 19 augustus                    Didactische multiple choice

    (Motto: De waan van de dag)

    Welke didactiek is in de mode?
    1 In modern onderwijs dient een verschuiving plaats te vinden van kennis en inzicht naar het aanleren van toepassingen en vaardigheden. Alleen zo kan de leerling goed voorbereid worden op het vervolgonderwijs en volwassenheid. Daarnaast is het noodzakelijk de leerling de samenhang duidelijk te maken binnen en tussen de vakken.

    2 De rol van betaalde arbeid wordt steeds kleiner. De mens zal in de toekomst op zichzelf worden teruggeworpen. Daarom moet de moderne mens beter kunnen communiceren en zich beter kunnen uiten. Beeldende vorming, dramatische expressie, muziek en dans dienen een vooraanstaande plaats in het onderwijs te krijgen. Communicatie en expressie kunnen in alle vakken ter hand worden genomen. Denk aan het schrijven van essays, debating en tekenen.

    3 Terug naar de lerende school, de school waar het verwerven van kennis de doelstelling is. Oude waarden die vele jaren de grondslag vormden van een goede algemene vorming, dienen in ere te worden hersteld. Waarom kunnen kinderen niet meer rekenen? Waarom is de beheersing van de Nederlandse taal zo abominabel? Waarom hebben jongeren geen topografische kennis? Dat komt omdat er niet meer geleerd wordt. Maar de weg terug naar kennis-onderwijs is ingeslagen.

    4 Al een eeuw groeit de kennis van de menselijke emotie zonder weerslag in het onderwijs. Ten onrechte. Prof. Boekaerts: "Emoties hebben we altijd, ook tijdens het leren....Ik zie emoties als de brandstof van onze motor." In het Nieuwe Onderwijs wordt ruimte gemaakt voor de emoties van het kind. Velerlei therapie, yoga, Westerse en Oosterse religie, meditatietechnieken, cursussen tegen faalangst en andere fobieën zullen in het Nieuwe Onderwijs hun plaats krijgen naast maar ook binnen de oude vakken.

    5 Drugs, georganiseerde misdaad, instabiliteit wereldwijd, politiek extremisme, een jeugd die zich afkeert van de werkelijkheid. Het zijn tekenen aan de wand. Het is tijd voor een terugkeer van discipline, ook op school. Geef de leerlingen net als in onze buurlanden een schooluniform. Eis van docenten dat zij goed gekleed hun achtenswaardig werk doen. Verstrek duidelijkheid met strakke reglementen die worden gehandhaafd. Geen drugs, geen alcohol, geen cigaretten op school.

    6 Project-onderwijs heet het maar produkt-onderwijs is een even goede naam. In plaats van een saaie rooster zal de leerling in de toekomst in projectvorm alleen en met anderen vorm geven aan eigen kunnen. Gevarieerde werkvormen zullen zijn motivatie bevorderen.

    7 De grote instroom van allochtonen, het goedkope reizen, de Europese Unie, dit alles vormt een verrijking van onze cultuur, maar vormt tegelijkertijd een bedreiging. Zo dreigt onze nationale identiteit verloren te gaan. Laat de moslim meisjes hun hoofddoek. Natuurlijk! Maar laat ons tegelijkertijd het gebruik van nationale drachten weer tot leven roepen. Een gebed voor Koningin en Vaderland is hier net zo goed op zijn plaats als in de Verenigde Staten. Nederland, let op uw saeck!

    8 De school moet veranderen in een leerinstituut. Een korte karakteristiek van dat leerinstituut is: het leren staat centraal, de vraag van de leerling is mede bepalend voor de inrichting van het onderwijs, de leerling bereikt actief de gestelde onderwijsdoelen en de taken in de school worden vastgesteld op grond van de belangen van alle bij het onderwijs betrokkenen. Het onderwijs zal meer vraaggericht dan aanbodgericht zijn waarbij de docent meer begeleider dan instructeur is.

    Antwoord: 1 en 8


    Nee de antwoorden zijn niet goed, nu. Bovenstaande tekst schreef ik in NRC/H op 8 december '94, 13 jaar geleden. De antwoorden zijn nu: 3 en 7. Vreselijk. En daarom dat ik me zo kwaad kan maken over Verbrugge, de B.O.N. en consorte.

    Zaterdag, 11 augustus                    Reactie van Huub Kleijn

    De mij onbekende Huub Kleijn stuurde naar uitgever Kluwer een reactie op Edutopia waarvan ik hier een deel weergeef.

    Nummer 65 ('Edutopia' van Rob Knoppert), dat is voor mij een positief gedreven en heel sprankelend uitgewerkt geschrift, vol met betrokkenheid. Het roept bij mij sterk de associatie op van "I have a dream" en ook keer ik met 'Edutopia' voor mijzelf terug naar de zestiger jaren van de vorige eeuw toen ik als lid van een team van een Jenaplanschool in het Betuwse land -in het zonnetje gezeten op het terras voor de ingang van de school- deelnam aan het opbouwende overleg met en onder leiding van de actieve en erudiete Suus Freudenthal-Lutter. Het betoog van Rob Knoppert is naar mijn opvatting zeer de moeite waard om je daar ten behoeve van de ontwikkeling van kinderen en jeugdigen (èn van docenten, etc.) met valide realiteitszin voor in te zetten. Onderwijsmensen en medebetrokkenen: "Wacht" niet!!! Zijn boekje doet me goed en zet je hersenen èn je gevoel weer eens op scherp, in de positieve zin van het woord. Lof voor de 'jongere oudere', Knoppert geheten.
    Het is een goede zaak dat Knoppert eerst eens om zich heen kijkt: Wat is de context van tijd en plaats voor de kinderen en jeugdigen van nu? En ook dat hij zich vervolgens afvraagt, wat betekent dat dan voor de leer- en ontwikkelingskansen van die jonge generatie en welke kwaliteitsinput zou dat dan moeten hebben richting de scholen en naar het onderwijs toe? Maar van nog meer belang vind ik het, dat hij de "Waarom"-vraag over onderwijs voor de jeugd stelt, net zoals Luc Stevens dat in 2002 deed tijdens zijn afscheidsrede (als hoogleraar in Utrecht) met zijn verhandeling met de op zijn minst dubbel geladen titel "Zin in leren". In dit verband is het ook opvallend vast te stellen, dat Rob Knoppert in zijn 'Edutopia' "plezier" aan het trio begrippen van o.a. Luc Stevens ('autonomie, relatie en competentie') toevoegt.
    In jaren zestig van de vorige eeuw was het beroemde boek "Methodologie" van Prof. Dr. A.D. de Groot een 'must', wilde je binnen de sociale wetenschappen academisch 'grootgebracht' kunnen worden. De Groot was ook de oervader van het CITO, het meetinstituut voor het onderwijs. Interessant in samenhang met de leerling- en ontwikkelingsgerichte pleidooien van Knoppert is het gegeven, dat diezelfde De Groot in 1974 (o.a. openbaar met een publicatie in Pedagogische Studiën) aangaf dat er meer waardevols op de wereld te koop is. Met het door hem stipuleren van "fundamentele leerervaringen" transformeerde De Groot naar een bredere visie op de waarneming van ontwikkelingsmogelijkheden binnen de menselijke soort. Knoppert concretiseert die brede visie met zijn betoog in MESOfocus 65 zeker zo duidelijk en ook heel levensecht.
    Knoppert draagt ook op een reële wijze bij aan het ter zake doende thema 'effectieve leer- en ontwikkelingstijd' van de jeugdige binnen het onderwijsbestel (o.a. door zijn pleiten voor een minimale "wachttijd" voor de leerling), hij heeft oog voor de eis dat leerlingen zich 'met body en diepgang' te dienen te kwalificeren (hij geeft daarvoor een mogelijke en zinvolle invulling aan) en hij onderkent dat het bijdragen aan het "welzijn" van de leerling binnen de school- en onderwijscontext van een fenomenaal fundamentele betekenis is (in dat opzicht gaat het volgens hem dan ook zeker om 'Geen woorden, maar daden.'; bijvoorbeeld 'drop-outs' mogen niet meer voorkomen). De kwaliteitseisen voor leraren dienen als logisch gevolg op hetgeen in het hieraan voorafgaande naar voren is gebracht, verhoogd en verdiept te worden; slap personeelsbeleid is uit den boze. Etc.,etc..


    Maandag, 5 augustus                    Probleemgevallen

    Ik kende en ken een aantal mannen, ja het zijn allemaal mannen, van wie de maatschappelijke bijdrage kwestieus is. Beste, aardige mannen die op de één of andere manier hun draai in de maatschappij moeilijk kunnen vinden. Sommigen komen terecht in een beschermd hoekje, waar ze worden getolereerd. Anderen lukt ook dat niet en falen volledig. De laatsten zijn vooral de buitenlanders in deze groep. Van één durf ik nu mijn beeld van zijn geschiedenis wel te vertellen. Ik heb al heel lang geen contact meer met hem en weet niet eens of hij nog leeft.

    B was een indrukwekkende man, toen hij vers uit India kwam promoveren aan de TH Delft, toen nog Hogeschool en niet Universiteit. Hij had bouwkunde gestudeerd. Met veel gezag sprak hij over de mysteries van het leven met meestal jongere collega studenten zoals ik. Deze exoot werd met reserve maar ook achting bekeken. De afdeling bouwkunde vond het toch beter dat hij eerst nog eens in Delft een ingenieursexamen zou afleggen. Dat bleek nog aardig wat jaren te kosten. In die tijd leerde hij een Hollands meisje kennen, die zich er op toelegde er als een Indiase uit te zien en dus graag zijn echtgenote werd. Het huwelijk leverde twee kinderen en eindigde al vrij snel in een echtscheiding.

    Hij leerde nooit behoorlijk Nederlands en ook zijn Engels had een sterk lispelig accent. Ik zag hem toen al niet meer regelmatig. Hij kon geen werk vinden. Een huwelijk zonder toestemming van zijn ouders, zo begreep ik, maakte terugkeer naar India onmogelijk. Met zijn opgroeiende kinderen had hij weinig contact. Vrienden waren er niet. En zo eindigde hij met een Hollandse uitkering op een droevige flat in Rotterdam Zuid. Toen ik hem veel jaren later nog eens opzocht, liet hij me zijn belangrijkste prestatie zien: het ontwerp van een stad in het Groene Hart, zijn afstudeerontwerp. Het was echt afschuwelijk zielig.

    De moraal van het verhaal. Sommige mensen zijn niet in staat hun leven zo een draai te geven dat hun bestaan zich past in deze maatschappij. Als dan ook nog het vangnet van familie en vrienden ontbreekt, gaat het finaal mis. In Edutopia zal er op zijn minst aandacht zijn voor dit probleem. Jonge mensen zullen zo goed gekend worden, dat zij voorzien van voldoende kracht en steun aan de maatschappij, de 'kille' zoals het vroeger werd genoemd, kunnen deelnemen.

    Maandag, 30 juli                    Aandacht

    Ik ben wat bang voor honden. Ik ben geëxcuseerd. In mijn hand staat nog een litteken dat ik opliep toen ik zo'n jaar of 6 oud werd gebeten door een herder.

    Ik maakte een wandelingetje gisteren en kwam een echtpaar met een hond tegen. Honden zijn niet gevaarlijk als ze buiten hun territorium lopen, maar willen toch wel eens hun baas verdedigen. De hond keek aandachtig naar me. Het echtpaar week van het pad af, liep een grasveldje op. Wilden ze voorkomen dat de hond ging happen? Niet kijken, dacht ik. Die hond die merkt als ik naar hem kijk en raakt geïnteresseerd. Er gebeurde niets.

    Aandacht zit genetisch ook in beesten. Aandacht is dus genetisch heel, heel oud. Aandacht heeft te maken met veiligheid, met aanval en verdediging, aandacht wordt dus vooral gewekt door andere levende wezens, dus niet alleen soortgenoten.
    Zonder aandacht kan een mens niet leren. Er is geen aandachtmeter, die zou er moeten zijn.
    De leraar praat tegen de leerling. De leerling luister aandachtig. De aandacht wordt mede bepaald door de relatie tussen leraar en leerling.
    In didactiek is er te weinig aandacht voor aandacht.

    Vrijdag, 20 juli 2007                  Mark Buijs en Emily.

    Mark Buijs is een jonge, succesvolle wethouder in dit te grote dorp waar ik woon. Naar aanleiding van gemeentelijke plannen in de buurt van mijn huis hebben we elkaar een paar keer vriendelijk en respectvol gesproken. In het dorpsblad, dat een artikel aan hem wijt, lees ik dat hij dyslectisch is en dat zijn vader stierf toen hij 13 was.

    Jaren geleden gebeurde me iets vervelends. Tijdens een reunie stapte een oud-leerling op me af om me duidelijk te maken dat hij slechte herinneringen had aan mijn lessen. Het was Mark Buijs.

    Weer jaren eerder had ik Mark Buijs in de klas. Hij was berucht in de hele school: een lastpak met een grote mond. Ik heb hem een paar keer stevig toegesproken, herinner ik me vaag. Nu weet ik van die dyslexie en van die vader. Toen wist ik van niets. De schoolorganisatie, de benadering van het onderwijs, de instelling van de school was niet zo dat deze essentiële informatie doordrong tot het niveau van de directe docenten. Wat was dat slecht geregeld. Wat had dat veel ongenoegen kunnen sparen.

    Mijn kleindochter Emily is moeizaam overgegaan van 2 naar 3 havo: twee onvoldoendes en wat zes-minnen. Bij de rapportuitreiking vertelt haar mentor dat twee docenten bij de rapportvergadering vmbo hebben geadviseerd. Emily's moeder is woedend.

    Een jaar of 8 geleden werd Emily's moeder aangesproken door de onderwijzer van de basisschool. Emily scoorde zo goed en leek zich te vervelen. De school adviseerde dat Emily een klas zou overslaan. Na enige aarzeling gingen Emily's ouders akkoord.

    Emily is een jaar jonger en een jaar minder intelligent dan de anderen in haar klas. Had ze geen klas overgeslagen dan zou ze mogelijk nu met succes het vwo volgen. De leraren schijnen niet op de hoogte te zijn. De schoolorganisatie, de benadering van het onderwijs, de instelling van de school is niet zo dat deze essentiële informatie doordringt tot het niveau van de directe docenten. Wat is dat slecht geregeld. Wat wordt er nu veel ongenoegen gecreëerd.

    Was er maar Edutopia.

    Dinsdag, 10 juli 2007                    Oprah en andere associaties

    Zie ik de werkelijkheid vertekend of lijkt alles met Edutopia samen te vallen? Om de haverklap lees, zie of hoor ik iets dat direct lijkt aan te sluiten op de ideeën die in Edutopia staan. Hier twee voorbeelden.

    Heel weinig intellectueel zie ik rond de thee op RTL4 met Inge zo nu en dan stukjes van de programma's van Oprah Winfrey. Zij besteedt in haar talk show regelmatig aandacht aan onderwijs. Zo was ze een tijd terug met Bill Gates in een Nieuw Leren-achtige school.
    En onlangs ging het over de noodzaak van beter onderwijs voor zwarten. Heel veel nadruk legt ze daarbij op de noodzaak van de opvoeding, de ontwikkeling van het ik-gevoel en de verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Haar teksten kunnen zo in een appendix van Edutopia.

    In NRC/Handelsblad van 30 juni schrijft Robert Putnam: "De belangrijkste taak voor moderne, diverser wordende samenlevingen is daarom een nieuw breder 'wij'-gevoel te scheppen."


    Vrijdag, 6 juli 2007                   Historische canon

    Waarom zijn de berichten over de historische canon zo irritant? Waarom kan ik het niet uitstaan dat Plasterk verklaart dat de canon onderdeel van het curriculum moet worden? Waarom jeuken m'n vingers om er een commentaar in de krant bij te schrijven? (Onmogelijk omdat ik in Frankrijk ben op dit moment.) Eigenlijk is het prachtig dat er plotseling een zo grote betrokkenheid is bij het vaststellen van onderwijsinhouden.

    Mijn ergernis is er vooral over de onbenulligheid. Betrokkenen, van Oosterom, Plasterk, journalistiek, doen net alsof zij niet weten of weten niet van de normale processen van curriculum ontwikkeling. Betrokkenen schijnen geen enkel inzicht te hebben in die andere gedachtengang die de laatste tien jaar in het geschiedenis onderwijs zo belangrijk was, een gedachtengang die leidde tot een volledig ander curriculum, een gedachtengang die zijzelf vast ook onderschrijven. Het betekent dat mensen tegelijkertijd twee tegenstrijdige standpunten aanhangen zonder dat zij dat in de gaten hebben en zonder dat zij die met elkaar in balans brengen.

    Volgens die andere gedachtengang moest de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs worden verbeterd. Daarom moesten leerlingen beter worden voorbereid op wetenschappelijk onderwijs. Daarom moesten leerlingen in het voortgezet onderwijs al min of meer wetenschappelijk bezig zijn. Daarom kwamen kreten als bronnenonderzoek in de mode. Het is een respectabele gedachtengang,waar ik overigens niet zoveel mee op heb. En nog steeds beleiden velen de visie dat betere aansluiting noodzakelijk is. Daarom immers is het wiskunde onderwijs zo belangrijk?

    Goed, voor geschiedenis geldt het belang van de aansluiting dus opeens niet meer. Uitstekend. Prima, om vast te stellen dat het van belang is om leerlingen meer bewust te laten zijn van de tijd en de plaats waarin zij opgroeien (per slot van rekening éévan de doelstellingen van mijn Edutopia). Maar wees daar dan duidelijk over. Zeg dan dat deze overweging van meer gewicht is dan de vorige.

    En ook: maak duidelijk dat bestaande procedures en afspraken over crurriculumvorming worden genegeerd, gepasseerd, overruled. en bedenk dan tegelijkertijd dat dit soort incidenteel ingrijpen het hele proces van curriculum vorming op de helling zet zonder behoorlijke afspraken over nieuwe procedures. Dit kan leiden tot een nieuwe hype bij een ander vak met incidenteel ingrijpen door de minister tot gevolg. En dan tot precies datgene waar de conservatieven altijd zo over klagen. Rare zwenkingen in het onderwijsbeleid.

    Wanneer is de canon examenprogramma? Hoe wordt de canon ingepast in het bestaande curriculum, in basisonderwijs, in vmbo, in havo en vwo? Moeten er nu nieuwe boeken komen en wanneer zijn ze klaar? Dat is allemaal volstrekt onduidelijk.


    Vrijdag, 22 juni 2007                  Joseph in Kameroen

    We reden uren en uren, nu al weer zowat drie weken geleden, over slechte wegen met z'n zessen in een pick-up truck van Garoua naar het gat Guili, in Noord-Kameroen. Toen het donker en wat koeler begon te worden, ontstond een levendig gesprek. Chauffeur en zwarte pater Joseph, een boom van een vent, onverwoestbaar, vrolijk, druk, legde uit dat hij in totaal zo'n 23 jaar onderwijs had genoten. "Wat was het belangrijkste dat je hebt geleerd?" vroeg ik. "Developpement humain". Nee, ik weet niet precies wat het is, maar het komt verdacht dicht bij de kern van mijn edutopisch onderwijs, vermoed ik.




    Donderdag, 21 juni 2007                       Brief aan Zwagerman

    Wat over onderwijs wordt geschreven in NRC/Handelsblad (en andere kranten) is dikwijls ergerniswekkend. Zo nu en dan schrijf ik daarom ingezonden brieven of brieven direct naar de auteur. Bij de column van Joost Zwagerman van 26 mei kon ik het niet laten.

    Geachte heer Zwagerman,
    Uw column van 26 mei over Nieuw Leren, die ik wegens reislust met vertraging las, maakt me nijdig. Het stuk lijdt aan het BN-syndroom. BN-ers denken over alles verstand te hebben. Het Nieuwe Leren plaatst u in de reeks studiehuis, schaalvergroting, tweede fase, profielen, vmbo. Dat is onjuist. Deze reeks is een reeks veranderingen doorgevoerd door overheidsmaatregelen. Het Nieuwe Leren is niet voorgeschreven door de overheid, maar ontstaan in het onderwijs zelf. De minister van onderwijs mag er wel iets over vinden maar heeft er gelukkig niets over te zeggen. Het Nieuwe Leren gaat over didactiek en daar gaat de minister niet over.

    Het gebrekkige rekenen en spellen van Pabo-studenten heeft niets met Nieuw Leren te maken, maar is een gevolg van het toelatingsbeleid van Pabo's, de tot voor kort grote impopulariteit van het beroep van leraar en de toegenomen schooltijd (70 % in 50 jaar) van de gemiddelde Nederlander om de belangrijkste factoren te noemen. Ik leg u dat graag nog eens precies uit.

    Twintig jaar later weet men niet meer wie Vestdijk, Reve en Hermans zijn. Nogal wiedes. Hoevelen van uw generatie weten wie van Deyssel en van Eeden zijn? Nu weten ze wel wie Zwagerman is, zeker omdat u zoveel op tv verschijnt, maar over 20 jaar? U wilt toch dat er naar u op tv gekeken wordt? Alle kijktijd doorgebracht kan er niet worden gelezen. Verder besteden kinderen tegenwoordig nogal wat tijd met computert, ipod en mobiel. Dat is natuurlijk ook een oorzaak voor de geringere kennis van schrijvers. Dat heeft niets met Nieuw Leren te maken.

    Inderdaad hebben de socialisten beschamende onderwijshervormingen doorgevoerd. Het Nieuwe Leren hoort daar niet bij. Het Nieuwe Leren is niet zo nieuw. Als we de nieuw leren-elementen van Dalton- en Montessori-onderwijs niet meetellen ligt de oorsprong in de Universiteit van Maastricht, zo'n 30 jaar geleden. Alle mogelijke nieuw leren-achtige experimenten op normale scholen werden begonnen in de 90-er jaren.

    Als de overheid dat Nieuw Leren niet invoerde, waarom wordt het dan toch zo wijdverbreid bedreven, vraagt u zich misschien af. Wel, langzaam, heel langzaam, dringt in het onderwijs door dat "chalk and talk" niet werkt, dat veel leerlingen zo niet leren. Klassikaal les is niet verdacht maar weinig effectief. Het protest tegen die onderwijsmethode is veel wijdverbreider dan die tegen het Nieuwe Leren. Die bestaat uit de gaperige verveling van honderdduizenden leerlingen gedurende de nog steeds vele uren klassikaal onderwijs. De laatste jaren is het veranderingsproces versneld, omdat duidelijk werd dat het echt niet meer kon op de ouderwetse manier. Redenen daarvoor zijn eerder genoemde moderne communicatiemedia, zie boven, en de toegenomen schooltijd. Tegenwoordig moeten weinig studieuze jonge mensen tussen de 15 en 22 nog steeds naar school. Vroeger werkten die niet zo intellectuele types op die leeftijd. Daarom dat juist op MBO's en HBO's naar andere didactiek wordt gezocht. Verwar overigens competentiegericht onderwijs niet met nieuw leren. Dat is koeien met appels vergelijken.

    "Tegen de wil van onderwijsgevenden": van de mensen die 20, 30 jaar op dezelfde manier hebben lesgegeven zijn er velen die enthousiast nieuwe vormen van didactiek uitproberen en natuurlijk ook velen, die zich wanhopig afvragen wat ze met dat nieuwerwetse gedoe aan moeten. Er is dus meer discussie en misschien ook wel meer ergernis onder leraren.

    "Aan hun lot overgelaten": dat is niet Nieuw Leren, dat is slecht onderwijs.

    "Kennisoverdracht verdacht en onnut verklaard": stemmingmakerij. Op havo en vwo leidde het studiehuis tot een aanzienlijke uitbreiding van wat geleerd moest worden met als gevolg dat per vakgebied minder wordt geleerd. Ook dat leg ik u dat graag nog eens precies uit.

    Misschien verzucht u dat de overheid het Nieuwe Leren heeft gestimuleerd. Dat is een beetje waar. Wat de overheid stimuleert wordt echter lang niet altijd door het onderwijsveld overgenomen. Zo wilde de overheid zo graag literatuuronderwijs ingevoerd zien. Het is niet gelukt. En daarmee is de kans verkeken dat in een schoolbibliotheek behalve Zwagerman ooit ook Dostojevski en Garcia Marquez te vinden zijn.



    Zondag, 13 mei 2007              column over Frans de Waal

    Sinds een dag nu is er iets dat lijkt op een website. Zelf gemaakt!!! Maar dat alleen dankzij de onvolprezen Tjeerdo, zie www.tjeerdo.nl voor zijn fascinerende reisverslag naar en van de Noordkaap.

    De website moet een vehikel worden om reclame te maken voor Edutopia. Om dezelfde reden schreef ik een column voor het blad Meso. Die zet ik hier dus onder.

    Verder dan de Waal

    Frans de Waal staat in Time bij de meest invloedrijke 100 mensen van 2007. Wat mij betreft krijgt hij ook de Nobelprijs. Bekijk de Tinbergen lezing die hij dit jaar in Leiden gaf, http://tinbergen.gorlaeus.net. De Waal heeft door gedragsonderzoek aan apen en andere dieren aangetoond dat moraliteit niet een laagje vernis is maar een wezenlijk onderdeel van onze natuur, een middels evolutie in onze genen vastgelegde eigenschap in eenvoudiger vorm ook aanwezig bij andere diersoorten. Met het begrip moraliteit bedoelt hij ons besef van goed en kwaad, ons vermogen tot empathische gevoelens, medelijden en altruïsme.

    Het is een troostrijke gedachte voor zowel de socialist als de agnost. De socialist streeft naar een gelijkmatige verdeling van de welvaart over velen niet via marktmechanismen maar via regels en afspraken binnen de gemeenschap. De socialist werd en wordt door velen beschouwd als iemand die de natuurlijke ordening in de wereld tracht te verstoren, de natuurlijke ordening van het kapitalisme. Eigenbelang nastreven levert een evenwicht waar een ieder wel bij vaart, vindt de kapitalist. Als moraliteit een natuurlijke eigenschap is dan is socialisme niet een truc voor de minstbedeelden maar een rationele uitwerking van onze natuurlijke neigingen.

    De Waal biedt ook de ongelovige troost. De gelovige claimt het alleenrecht op de moraliteit. De kerk is de bron van de ethiek. Tot dusverre kon de ongelovige zijn morele opvattingen niet verklaren of duiden. De Waal biedt verlossing. Wij, atheïsten met duidelijke opvattingen over goed en kwaad, zijn niet gek, we volgen onze natuur, onze genen.

    We zijn 'hard-wired' met morele opvattingen maar zelfs apen blijken een cultuur te ontwikkelen. Dat betekent dat apen van vorige generaties gedrag leren. Zo gaat het bij ons in nog sterkere mate. Onze morele opvattingen zijn genetisch voorgeprogrammeerd maar de vorm waarin deze worden gegoten hangt voor een groot deel af van de maatschappij waarin we opgroeien. Onze normen en waarden hebben we geleerd.

    Helemaal aan het eind van zijn lezing in de Pieterskerk zegt de Waal iets belangrijks: "Er is een groot verschil tussen (moraliteit) binnen de groep en buiten de groep. Moraliteit is vooral een evolutionair product binnen de groep." Onze voorouders, de jager-verzamelaars, zwierven in groepen over de savanne. Ze waren aardig voor hun clangenoten. Anderen slachtten ze zonder morele problemen af.

    Bezie de radeloze 21ste eeuwer. In rap tempo verdwijnt alle onderscheid tussen de eigen groep en de rest van de wereld. Wie hoort er bij de eigen groep en wie is de buitenstaander: de zwarte, de allochtoon, de landgenoot, de collega's, de familie, het gezin? Wat zijn de verplichtingen ten opzichte van de onbekende?

    Onze moraliteit is natuurlijk, maar heeft ook een culturele, aangeleerde component. Hier in dit vroeger zo vriendelijke land willen sommigen nog steeds tegenover de hele wereld onze moraliteit, onze empathie, ons altruïsme uitdragen. Maar het kost moeite de ander, ook de ver verwijderde ander, als groepsgenoot te zien. Dat moet je leren. DAT MOETEN KINDEREN OP SCHOOL LEREN.