Om de omvang van Edutopia te beperken, staat de volgende paragraaf niet in het boekje.
ICT
Alle uitspraken over het gebruik van de computer in het onderwijs en het gebruik ervan zullen heel snel achterhaald zijn. Toch wil ik enkele opmerkingen over dit onderwerp voorEdutopia maken.
De uitvinding van het schrift was zo belangrijk omdat het vanaf dat moment mogelijk werd buiten het menselijk lichaam, zichtbaar en controleerbaar voor anderen, informatie op te slaan. Informatie kreeg een sterk verbeterde houdbaarheidsdatum, werd veel makkelijker overdraagbaar en kon door anderen gelezen, uitgebreid en verbeterd worden. De boekdrukkunst vergrootte de voordelen in aanzienlijke mate. Het werd makkelijker informatie te vermenigvuldigen en zo beschikbaar te stellen aan velen tegelijk. Wat zou er van het Christendom terecht gekomen zijn zonder boekdrukkunst? Op het perkament en later het papier stonden woorden, tekst, en afbeeldingen. Van meet af aan was de tekst een belangrijker medium dan de afbeelding.
Met de uitvinding van de fotografie werd een nieuwe stap gezet. Nu kon de aanblik van de werkelijkheid gereproduceerd worden. Nieuwe uitvindingen betreffende de informatieopslag en -verwerking volgden elkaar sneller op: de grammofoonplaat, geluid vastgelegd, film, bewegend beeld en geluid, telefoon en televisie, onmiddellijke beschikbaarheid van beeld en geluid op afstand. En dan is er nu de computer.
Onderwijs behelst voor een groot deel overdracht van kennis. Kennis kan niet overgedragen worden zonder een grote, heel grote scheut informatie. De uitvindingen hierboven genoemd zijn dus van veel belang voor het onderwijs. Ik doe nu een bewering die ik moeilijk bewijzen kan, het is meer een notie.
Schrift en boekdrukkunst hebben een enorme invloed op het onderwijs gehad, hebben het onderwijs fundamenteel veranderd. De invloed van andere uitvindingen op het gebied van informatie-overdracht daarbij vergeleken is mager.
Zo is goed gebruik van de video als leermiddel een zeldzaamheid. Jaren geleden beheerde een meneer in het kantoor van een groot schoolbestuur, O.M.O., toen zo'n 40 scholen omvattend, een enorme bibliotheek van videobanden. Maar de videobanden werden niet geleend. De bibliotheek werd niet gebruikt en verdween.
Het belang van het schoolboek is in de loop van de laatste 50 jaar alleen maar toegenomen, zeker in het Nederlandse onderwijs. Het boek is de leidraad voor docent en leerling. De educatieve uitgevers varen er wel bij en stellen alles in het werk om die positie te behouden.
Dit kan niet lang meer duren. De informatie technologie is nu zo ver ontwikkeld dat de maatschappij haast niet meer zonder computer kan functioneren. Met uitzondering van veel handarbeiders zit vrijwel ieder werkend mens een groot deel van de werktijd achter de computer.
Het belang van de computer in het onderwijs is daarmee vergeleken onderontwikkeld. En in het onderwijs? Nog steeds is gebruik van de computer geen 'core business' in het onderwijs. Zo'n 20 jaar geleden leerden mijn leerlingen in Basic programmeren, achteraf gezien een volstrekt nutteloze bezigheid. De zinsnede "in Basic programmeren" zullen velen nu zelfs niet begrijpen. Eerst was er dus het leren wat een computer kan. En toen, langzaam, stukje bij beetje, werd duidelijk dat de computer gebruikt kon worden als instrument of gereedschap bij het leren.
Er waren en zijn vele hindernissen:
geen apparatuur, scholen hadden geen geld voor computers (over)
zich snel ontwikkelende computersnelheid waardoor net ontwikkelde courseware onmiddellijk weer verouderd was
de sterke positie van het schoolboek, de leraar kent de computer niet en werkt liever met een boek
conservatieve educatieve uitgevers die liever boeken verkopen
geen educatieve software
Toch, denk ik, is de computer zo'n machtig instrument dat het op korte termijn het gebruik van schoolboek en schoolschrift zo goed als overbodig zal maken. Met de computer kan sneller en beter geleerd worden. Met de computer kan leren makkelijker en aangenamer worden gemaakt. Net zo'n sprong vooruit kan worden gemaakt als indertijd bij de uitvinding van de boekdrukkunst.
Hoewel al 25 jaar of langer courseware wordt gemaakt, is nog maar net een begin gemaakt met het ontwikkelen van kennis over het gebruik van de computer in het het onderwijs, kennis die ik de naam digitale didactiek geef.
In 2000 lanceerde ik deze term in De Volkskrant, nu zijn er onder andere een leerstoel en een website digitale didactiek.
Werkend aan digitale software ontdekte ik een aantal zaken, een klein stukje van de nieuwe kennis die ik hierbij presenteer.
Het schrijven van een studieboek vereist vakmanschap, vakmanschap waarvoor geen opleiding bestaat. Je leert het vak schrijvenderwijs. Vakmanschap is ook nodig voor het ontwikkelen van educatieve software - en hier bedoel ik NIET de noodzakelijke kennis van informatica, die ook nodig is. Het ontwerpen van digitaal lesmateriaal is een vak dat afwijkt van het schoolboekenschrijfvak. Auteurs van studieboeken moeten veel afleren om dat nieuwere vak te leren. Dat vak bestaat vooral uit de kunst niet te schrijven.
Gerard Westhoff, oud-hoogleraar didactiek in de moderen vreemde talen schreef op de omslag van zijn boekje "Auto's met ovale wielen":
"Ons denken over onderwijs is zo bepaald door de mogelijkheden en onmogelijkheden van de boekdrukkunst, dat we de daaruit voortvloeiende beperkingen van gedrukt leermateriaal als wezenlijke kenmerken van goed onderwijs zijn gaan zien. Dat leidt nogal eens tot educatieve software die niet is bedacht vanuit de wenselijkheid van een ideaal leerproces, maar vanuit de beperkingen van gedrukt leermateriaal. Het lijkt op het produceren van auto's met ovale wielen omdat zich eenvoudigweg niet kon voorstellen dat iemand zich sneller dan te voet zou kunnen voortbewegen zonder een galopperende beweging te maken."
Net als het schoolboek moet educatieve software vooral gebruikt worden als de leraar NIET in de buurt is. De leerling die verondersteld wordt huiswerk te maken, zal juist thuis met de software werken. Dat betekent dat de leerling thuis over een computer met snelle Internet verbinding moet kunnen beschikken.
Nog steeds zijn velen van mening dat de leerling over enig gedrukt materiaal moet kunnen beschikken. De ontwikkeling weg van papier is vergelijkbaar met die in de wereld van de volwassenen op kantoor. Ook daar neemt het gebruik van papier voortdurend af.
Het boek heeft een structuur van elkaar opvolgende hoofdstukken, paragrafen, bladzijden. Het is sequentiëel, zoals de werkelijkheid waarin de gebeurtenissen achter elkaar in de tijd zijn geplaatst. Die sequentiële structuur is ook een eigenschap van het medium film. Het boek en de film zijn dus bij uitstek geschikt om het verhaal weer te geven.
Kennis heeft in veel mindere mate een sequentiële structuur. Mijns inziens werd en wordt in het onderwijs veel te veel nadruk gelegd op het in-juiste-volgorde-leren. Kennis is niet-sequentiëel in het brein opgeslagen. Zo weten wij niet meer wanneer we bepaalde kennis geleerd hebben.
Software heeft een niet-sequentiële maar een dendritische structuur. Ik vermoed dat deze structuur meer overeenkomt met de ordening van kennis in ons brein. Dat maakt dat de computer heel geschikt is als kennisdrager.
De maker van educatieve software heeft veelal ervaring met het schrijven van gedrukt lesmateriaal en neigt ertoe de boekenstructuur te handhaven. Hij werkt sequentieel. Bij het ontwikkelen van digitaal lesmateriaal moet hij deze neiging tot sequentieliteit trachten los te laten.
De acceptatie van ideeen over constructivistisch leren staat, moeten we aannemen, los van de ontwikkeling van de computer. Maar deze ontwikkelingen vinden wel in dezelfde decennia plaats. Het blijkt dat de computer ons kan helpen dit constructivistisch leren te bevorderen. Bij het schrijven van moderne studieboeken is meestal niet behoorlijk nagedacht over de gewenste structuur van het schoolboek voor zelfstandig leren.
Veel jaren geleden werd in Engeland een schoolboek gemaakt dat WEL gemaakt was voor zelfstandig leren en dat was duidelijk aan de methode te zien. Deze methode heette APPIL: "Applied physics for independent learning".
Uit de notie van constructivistisch leren zijn voortgekomen de noties van zelfstandig leren, van de eigen leerstijlen van lerenden en van de eigen leerroute. De leerling moet kunnen leren op een wijze die bij hem past en volgens een leerroute naar zijn keuze.
Dat is alleen mogelijk onder de volgende voorwaarden:
er is meer materiaal beschikbaar dan de leerling nodig heeft
er is een grote variatie aan materiaal zowel qua inhoud als vorm
er is geen (impliciet) voorgeschreven leerroute
Juist educatieve software kan goed aan deze voorwaarden voldoen.
De computer kwam op het juiste moment om moderne ideeën over leren in te voeren.
Iedereen ooit actief bij educatieve uitgevers weet hoe lastig het is een goede samenwerking tot stand te brengen tussen auteur, eindredacteur, illustrator, cartoonist, fotograaf, lay-out ontwerper en uitgever. Hetzelfde probleem doet zich in nog sterker mate voor bij het maken van digitaal lesmateriaal.
De computer levert een aantal communicatieve mogelijkheden die bij lange na nog niet uitputtend zijn geëxploiteerd:
bewegend beeld en geluid, binnenkomend
bewegend beeld en geluid, uitgaand
interactiviteit tussen software en gebruiker
communicatie tussen meerdere gebruikers
Dit rijtje eigenschappen is een weinig elegante en weinig uitputtende samenvatting van de duizendvoudige mogelijkheden die de computer biedt.
De economie van het digitale leermiddel zal mogelijk drastisch gaan afwijken van die van het schoolboek. Het schoolboek is één van de weinige onderdelen van het onderwijsproces waarvoor de gebruiker van het onderwijs moet betalen. Het is geen gering bedrag: per leerling circa €……, voor het funderend onderwijs circa €
Het was vroeger redelijk gebruikelijk dat docenten zelf lesmateriaal schreven en vermenigvuldigd gratis aan hun leerlingen beschikbaar stelden. Dit zou wel eens de toekomst kunnen zijn voor digitaal lesmateriaal. Daarbij zal de docent gebruik maken van materiaal beschikbaar op internet. Voorbeelden van zulk materiaal zijn de honderden applets op het gebied van de natuurkunde, uitspraak-oefen programma's voor de moderne vreemde talen en Google earth voor aardrijkskunde.
Toch is het wenselijk en ook waarschijnlijk dat de individuele ontwikkelactiviteiten ook leiden tot samenwerking. De synergie van meerdere docenten (en didactici) kan leiden tot rijk, vooral in didactisch opzicht, digitaal lesmateriaal.
De mate waarin de computer, liever gezegd de informatie en communicatie technologie, zal veranderen, is op dit moment niet te voorzien. De invloed van de ICT zal zo groot zijn, dat het onderwijs over 50 jaar onherkenbaar veranderd zal zijn. In die zin is Edutopia vooral ook Terra Incognita.